Dag 32 KIJK! – Wie mogen aan het avondmaal? (Lucas 18)
- Wie zijn wij: “sommigen die zichzelf rechtvaardig vinden en anderen minachten”? Of blijven wij “op een afstand staan en durven we niet eens de blik naar de hemel te richten”?
- Denk nog eens aan de preek van ds Feijen: Komen wij als rijke kinderen of als verwende kinderen?
- Wij mogen het naar de Heer Jezus uitspreken, zoals de blinde in Jericho: Heb medelijden met mij!
- Jezus zal zeggen tegen degenen die oprecht berouw hebben over hun zonden: Uw geloof heeft u gered!
- Wij mogen samen Hulde brengen aan God omdat we dit gewoon voor onze ogen zien gebeuren, morgen aan tafel. ‘Wij arme zondaars, bedelaars… onrein!’
Wat een feest van genade: wij mogen aangaan aan het avondmaal: de maaltijd die uitbeeldt hoe diep de Heer voor ons gegaan is. En hoe groot zijn genade voor ons is. Luc 18: 32 – 33 Want hij is uitgeleverd aan de heidenen en werd bespot en mishandeld en bespuwd. En nadat hij was gegeseld, werd hij gedood, maar op de derde dag is hij opstaan!
Lucas 18
Dag 31 KIJK! – Door geloof en geduld de beloften beërven (Hebreeën 6:9 – 20)
Deze bijdrage heeft dominee Becker geschreven als ochtendoverdenking voor zijn eigen gemeente. Hij heeft de tekst voor ons vertaald naar het Nederlands, via Google-vertalen. De zinnen die niet klopten na de vertaling zijn verder vertaald. De Geest spreekt alle talen, en doet ons elkaar verstaan)
En dit wordt nog versterkt in Psalm 50:15:
DAG 30 KIJK! – Het koninkrijk van God (Lucas 17)
Oproep aan de leerlingen
17
- Citaat: Let goed op jezelf
- Oei dat is nog eens een les. We doen maar enkel onze plicht… We verdienen de redding niet. Niet door een groter geloof niet door onze daden. We toch zijn we als Gods kinderen aangenomen, en mogen we toch aan tafel. Helemaal gratis (gratie, genade) Ef 2:1-10
- Stelling: Nood leert bidden, voorspoed leert ons altijd een stuk minder om te danken.
- Zie God’s reddende macht door alles heen. Hoeveel rijkdom heeft Jezus voor ons verdiend? Bid u voor de mensen die hem daarvoor niet danken en niet aanbidden. (denk aan de preek van zondagmiddag) Wat erg dat mensen met open ogen de redding aanschouwen maar er geen dank voor aan God brengen!
- Let goed op jezelf. Denk daar vandaag steeds aan bij alles wat je doet. Aan welke kant sta jij?
Dag 29 KIJK! – Lucas 16
Rijkdom en gerechtigheid
16
1 Hij richtte zich ook tot zijn leerlingen: ‘Er was eens een rijke man die een rentmeester had en te horen kreeg dat de rentmeester zijn eigendommen verkwistte. 2 De rijke man riep de rentmeester bij zich en zei tegen hem: “Wat hoor ik over jou? Leg verantwoording af van je beheer, want je kunt niet langer rentmeester blijven.” 3 Toen zei de rentmeester bij zichzelf: Wat moet ik doen nu mijn heer mij het beheer afneemt? Werken op het land kan ik niet, en voor bedelen schaam ik me. 4 Maar ik weet al wat ik moet doen om ervoor te zorgen dat de mensen, wanneer ik van mijn beheerderstaak ben ontheven, mij bij hen thuis ontvangen. 5 Een voor een riep hij de schuldenaars van zijn heer bij zich. De eerste vroeg hij: “Hoeveel bent u mijn heer schuldig?” 6 “Honderd vaten olijfolie,” antwoordde de schuldenaar. De rentmeester zei tegen hem: “Hier is uw schuldbewijs, ga zitten en maak er gauw vijftig van.” 7 Daarna vroeg hij aan de volgende schuldenaar: “En u, hoeveel bent u schuldig?” “Honderd balen graan,” luidde het antwoord. De rentmeester zei: “Hier is uw schuldbewijs, maak er tachtig van.” 8 En de heer prees de oneerlijke rentmeester omdat hij slim had gehandeld. De kinderen van deze wereld gaan immers slimmer met elkaar om dan de kinderen van het licht. 9 Ook ik zeg jullie: maak vrienden met behulp van de valse mammon, opdat jullie in de eeuwige tenten worden opgenomen wanneer de mammon er niet meer is.
- Dat is nogal een opmerking die Jezus hier plaatst: de heidenen (kinderen van deze wereld) gaan slimmer met elkaar om dat de gelovigen (kinderen van het licht).
- Hoe gaan wij om me ons geld? Zijn wij bezig alles voor onszelf te houden of zijn we erop uit anderen te laten delen in de rijkdom die wij krijgen.
- Is aan onze geldbesteding te zien dat we kinderen van het licht zijn? hoe dan?
Lees eens door in de volgende versen:
10 Wie betrouwbaar is in het geringste, is ook betrouwbaar als het om veel gaat, en wie oneerlijk is in het geringste is ook oneerlijk als het om veel gaat. 11 Als jullie onbetrouwbaar blijken in de omgang met de valse mammon, wie zal jullie dan werkelijk belangrijke dingen toevertrouwen? 12 En als jullie onbetrouwbaar blijken met wat een ander toebehoort, wie zal jullie dan geven wat jullie zelf toekomt? 13 Geen enkele knecht kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de mammon.’
14 De farizeeën, die geldzuchtig waren, hoorden dit alles aan en ze haalden honend hun neus voor hem op. 15 Maar Jezus zei tegen hen: ‘U wilt bij de mensen altijd voor rechtvaardig doorgaan, maar God kent uw hart. Wat bij de mensen in hoog aanzien staat, is een gruwel in de ogen van God.
- Hoe heb jij de afgelopen maanden je belastingaangifte ingevuld en verstuurd?
- Stelling: Ontwikkelingssamenwerking is een last voor ons Nederlandse volk. Daar mag best wat minder geld naar toe in tijden van crisis.
16 De Wet en de Profeten gaan tot aan Johannes: sindsdien wordt het koninkrijk van God verkondigd, en iedereen wordt met klem genodigd binnen te komen. 17 Maar nog eerder vergaan hemel en aarde dan dat er ook maar één tittel van de wet wegvalt. 18 Wie zijn vrouw verstoot en met een ander trouwt, pleegt overspel, en ook wie trouwt met een vrouw die door haar man is verstoten, pleegt overspel.
19 Er was eens een rijke man die gewoon was zich te kleden in purperen gewaden en fijn linnen en die dagelijks uitbundig feestvierde. 20 Een bedelaar die Lazarus heette, lag voor de poort van zijn huis, overdekt met zweren. 21 Hij hoopte zijn maag te vullen met wat er overschoot van de tafel van de rijke man; maar er kwamen alleen honden aanlopen, die zijn zweren likten. 22 Op zekere dag stierf de bedelaar, en hij werd door de engelen weggedragen om aan Abrahams hart te rusten. Ook de rijke stierf en werd begraven. 23 Toen hij in het dodenrijk, waar hij hevig gekweld werd, zijn ogen opsloeg, zag hij in de verte Abraham met Lazarus aan zijn zijde. 24 Hij riep: “Vader Abraham, heb medelijden met mij en stuur Lazarus naar me toe. Laat hem het topje van zijn vinger in water dompelen om mijn tong te verkoelen, want ik lijd pijn in deze vlammen.” 25 Maar Abraham zei: “Kind, bedenk wel dat jij je deel van het goede al tijdens je leven hebt ontvangen, terwijl Lazarus niets dan ongeluk heeft gekend; nu vindt hij hier troost, maar lijd jij pijn. 26 Bovendien ligt er een wijde kloof tussen ons en jullie, zodat wie van hier naar jullie wil gaan dat niet kan, en ook niemand van jullie naar ons kan oversteken.” 27 Toen zei de rijke man: “Dan smeek ik u, vader, dat u hem naar het huis van mijn vader stuurt, 28 want ik heb nog vijf broers. Hij kan hen dan waarschuwen, zodat ze niet net als ik in dit oord van martelingen terechtkomen.” 29 Abraham zei: “Ze hebben Mozes en de profeten: laten ze naar hen luisteren!” 30 De rijke man zei: “Nee, vader Abraham, maar als iemand van de doden naar hen toe komt, zullen ze tot inkeer komen.” 31 Maar Abraham zei: “Als ze niet naar Mozes en de profeten luisteren, zullen ze zich ook niet laten overtuigen als er iemand uit de dood opstaat.”’
- Om over na te denken: Hoe sta jij in het leven? Zijn wij in de crisis niet nog steeds net zo rijk als die rijke man. En ligt de derde wereld niet nog sterker aan onze voordeur dan voorheen?
- Stelling: de economische crisis is het gevolg van ons rijke mans gedrag tegenover de arme Lazarussen: Spanje, Potrugal, Griekenland.
- De Euro is onze grote testcase. Zijn wij hierin anders dan de kinderen van de wereld? Hoe gaan wij om met de valse Mammon?
Zondag is het avondmaal: Jezus leed voor onze zonden. Goed om de dingen die in ons leven tussen God en ons instaan uit de weg te ruimen zodat we vrijmoedig aan kunnen gaan.
Kol 3: 1-4 (NBG51) - 1 Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods. 2 Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. 3 Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God. 4 Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid.
Dag 28 KIJK! – De maaltijd voor zondaars (Lucas 15)
15
- Wat onvoorstelbaar eigenlijk: Jezus ontvangt zondaars en eet met hen. Komende zondag is het avondmaal. Wat een wonder: Jezus ontvangt ons, jou en mij en eet met ons.
- Deel jij ook in de vreugde als mensen verdwalen en weer terug komen? Ben ik niet vaak geneigd mensen met mijn maat te meten. Hoe anders is het in de Hemel!
- Eén zondaar tot inkeer brengt duizenden engelen op de been, heb je je dat weleens voorgesteld?
- Het luxe leven is (een feest) van God gekregen en je mag er toch ook van genieten? Hoe vaak staat dat leven mijn beeld van God niet in de weg? Zijn wij niet heel erg verwend, zoals de jongste zoon?
- En hoe vaak weet ik, onder veel gemopper en gemor, niet preceies hoe God mij moet behandelen, zoals de oudste zoon.
- Op wie lijk jij het meest? Wat vind je daarvan? en als je er niet blij mee bent, hoe kun je dat veranderen
We mogen zondag samen aan het avondmaal komen. Vader staat ons met open armen op te wachten.
Dag 27 KIJK! – Vertrouwen op onzichtbare hulp (Jesaja 50: 1-11)
Door ds. Piet Houtman
Vier ‘liederen over de Knecht des HEREN’ staan er in Jesaja. Je zou ze eens achter elkaar moeten lezen, bijvoorbeeld op vier achtereenvolgende dagen in de lijdenstijd. (Hieronder noem ik ze op.) Het vierde is verreweg het bekendst. Het gaat over Christus’ plaatsvervangend lijden.
De evangeliën vertellen de geschiedenis; de vier liederen laten de achtergrond zien. Het vierde lied vertelt over het lijden van de Knecht, in de derde persoon: “Om onze overtredingen werd Hij doorboord…”
Het derde lied spreekt in de eerste persoon. Hier is de Knecht zelf aan het woord, persoonlijk. Hij uit zichzelf. Het is een intiem lied. Hij spreekt teer over zijn verhouding met de HEER. Meer dan wij misschien verwachten. In de Bijbelse geschiedenis, in de evangeliën, zien wij Hem door de ogen van de discipelen. Wij zijn dan mogelijk geneigd om eerbiedig een beetje op een afstand te blijven. Maar nee, Hij komt juist heel dicht bij ons, Hij opent zijn hart, terwijl wij het horen. En het klinkt echt menselijk. Nederig. Zo als wij allemaal zouden moeten zijn; hadden moeten zijn.
Hij heeft een open houding naar de HEER toe. De houding van een leerling. Direct vanaf het begin van elke nieuwe dag. “Elke ochtend wekt Hij mijn oor, zodat het toegerust is om aandachtig te luisteren”. Je kunt denken aan: direct bij het wakker worden; of direct bij het begin van de eerste les.
Zelfs die luisterhouding is aan de HEER te danken. Hij krijgt alle eer. Hij is de Schepper, die het oor heeft geplant (Psalm 94). Hij is het ook, die een mens bereid maakt om te luisteren, door zijn Geest. “God, de HEER, heeft mijn oren geopend…”
Maar dat is niet alleen iets tussen de HEER en zijn Knecht. De HEER spreekt tot zijn Knecht, Hij geeft Hem les, zo dat Hij op zijn beurt weer andere mensen kan onderwijzen. “God, de HEER, gaf mijn een vaardige tong, waarmee ik de moedeloze kan opbeuren.” Dat zijn wij; dat hebben wij nodig! Met dit lied beurt Hij ons direct al op.
De HEER geeft zijn Knecht een opdracht, en die is meteen heel heftig. Dat horen we direct in het vervolg, als Hij die opdracht gaat vervullen. “Ik heb mijn rug blootgesteld aan mijn folteraars, wie mij de baard uittrokken, bood ik mijn wangen aan…”, en zo gaat het nog even verder. (In de muziek van Handels Messiah is het indrukwekkend uitgebeeld.) Hij laat zich slaan, Hij laat zich mishandelen, Hij laat zich vernederen, voor gek zetten. De roede is voor de rug der dwazen, staat in Spreuken. Als iemand voor straf slagen krijgt, mag je er niet te veel geven, anders ga je hem verachten, staat in de wet.
Je zou woedend worden en terugslaan. Of je zou de moed verliezen. Zo kan ik niet verder; voor mij hoeft het niet meer. Maar de Knecht houdt vol. “God, de HEER, zal mij helpen (…) Hij die mij recht verschaft is nabij”. Hoe weet Hij dat? Hij ziet er niets van, Hij merkt er niets van. We zien Hem staan, moe van een doorwaakte nacht vol spanning, verdriet en vernedering, in de vroege ochtend, met de touwen om de polsen, voor de Joodse Raad. Ze bespuwen Hem, stompen Hem in het gezicht en jouwen Hem uit. Alle remmen gaan los. Waar is nu die hulp? Waar blijft die?
Maar Hij doet niets terug. Zwijgend houdt Hij vol. Maar in dat zwijgen horen we Hem spreken, de woorden van dit lied in Jesaja 50. Hij ziet niets van de hulp van de HEER, toch is Hij innerlijk vol vertrouwen.
Zo ging Hij voorop. Alleen. Voor ons, die heel anders waren en nog steeds de neiging hebben om heel anders te reageren. Hij deed het in onze plaats. Heer, ik dank U, meer dan ik zeggen kan, voor uw stille woorden. Geef me dat ik U mag volgen!
(De vier liederen over de Knecht des HEREN: Jesaja 42: 1-7. Tweede 49: 1-6 (7). Derde 50: 4-9 (11). Vierde 52: 13-53: 12.)
Dag 26 KIJK! – Lucas 14
Opnieuw (evenals in het vorige hoofdstuk) komt de vraag naar boven wat nu wel of niet kan op de sabbat. Vandaag kennen wij deze vraag over de zondag. Op de 2 weken geleden gehouden Mannendag Barneveld kwam een soortgelijke vraag aan de orde: Psalmen, lofliederen of gezangen. Broers en zussen: Leef uit de zondag of leef uit wat je zingt! Deze vragen zijn vaak op onszelf gericht wat wel of niet mag. Richt je aandacht op Hem! Hij ziet uit naar jouw lied en Hij ziet uit naar de zondag.
Vragen voor de jongeren:
- Is God blij met de zondag?
- En met de andere dagen van de week?
- Wie is er belangrijker?
Vragen voor de volwassenen:
- Wat staat in jouw leven op nummer 1?
- Wanneer heb jij voor het laatst een arme in jouw huis ontvangen?
- God ziet meer naar jou uit dan jij voor ogen hebt!
Een feestmaal op sabbat
Dag 25 KIJK! – Op wie lijk jij?
(door Jannie Boelaars) Lucas 10: 25 t/m 37
25 Er kwam een wetgeleerde die Hem op de proef wilde stellen. Hij vroeg:’Meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ 26 Jezus antwoordde: ‘Wat staat er in de wet geschreven? Wat leest u daar?’ 27 De wetgeleerde antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht en met heel uw verstand en uw naaste als uzelf.’ 28 ‘U hebt juist geantwoord’, zei Jezus tegen hem. ‘Doe dat en u zult leven.’ 29 Maar de wetgeleerde wilde zich rechtvaardigen en vroeg aan Jezus: ‘Wie is mijn naaste?’ 30 Toen vertelde Jezus hem het volgende: ‘Er was eens iemand die van Jeruzalem naar Jericho reisde en onderweg werd overvallen door rovers die hem zijn kleren uittrokken, hem mishandelden en hem daarna halfdood achter lieten. 31Toevallig kwam er een priester langs, maar toen hij het slachtoffer zag liggen, liep hij met een boog om hem heen. 32 Er kwam ook een Leviet langs, maar bij het zien van het slachtoffer liep ook hij met een boog om hem heen. 33 Een Samaritaan echter, die op reis was, kreeg medelijden toen hij hem zag liggen. 34 Hij ging naar de gewonde man toe, goot olie en wijn over zijn wonden en verbond ze. Hij zette hem om zijn eigen rijdier en bracht hem naar een logement, waar hij voor hem zorgde. 35 De volgende morgen gaf hij twee denarie aan de eigenaar en zei: ‘Zorg voor hem, en als u meer kosten moet maken, zal ik u die op mijn terugreis vergoeden.’ 36 Wie van deze drie is volgens u de naaste geworden van het slachtoffer van de rovers?’ 37 De wetgeleerde zei: ‘De man die medelijden met hem heeft getoond.’ Toen zei Jezus tegen hem: ‘Doet u dan voortaan net zo.’
Deze wetgeleerde stelt Jezus een vraag en het mooie is dat Jezus aansluit op zijn belevingswereld: de wet, daar was hij goed in thuis. Toch stelt deze man snel een tweede vraag om van de eerste opdracht af te zijn en Jezus heeft zoveel geduld: hij vertelt hem een gelijkenis. Een jood wordt overvallen, niet alleen zijn geld wordt hem afgenomen, zelfs zijn kleren en daar ligt hij halfdood. Hij is er ellendig aan toe; evenals allen, die zonder God en Jezus in het leven staan.
Satan onze vijand heeft ons beroofd…
Veel priesters woonden in Jericho; zij gingen heen en weer naar Jeruzalem om daar dienst te doen en werden vaak vergezeld door Levieten. De priester en de Leviet liepen erlangs! Zij zouden een toonbeeld moeten zijn van barmhartigheid, maar lijken meer een monster van wreedheid…een slachtoffer uit hun eigen volk…
De wet helpt ons niet aan de zaligheid…
Samaritanen werden door de Joden veracht, ze wilden er niet mee omgaan. Deze Samaritaan wordt met medelijden vervuld als hij het slachtoffer ziet en het maakt hem niet uit of het een Jood is. Deze Samaritaan heeft geleerd alle mensen te eren en doet wat hij kan om hem te helpen. Wat een liefde laat deze man zien!
Wat een liefde laat de man van smarten zien, ook Hij werd veracht en aan de kant gezet, maar redde ons mensen door Zijn eigen bloed!
Deze man zet de gewonde op zijn eigen beest en gaat zelf lopen, hij blijft een nacht over in het logement, dus geeft ook zijn tijd en zorgde voor de man als voor zijn eigen kind. De volgende morgen gaf hij nog geld voor de zorg van de komende tijd…alles heeft hij over voor het welzijn van deze Jood.
Alles heeft Jezus voor ons betaald!
Op de vraag van Jezus wie bewees de naaste van het slachtoffer te zijn, weigert de wetgeleerde de naam “Samaritaan” in de mond te nemen…hoe trots blijft hij…hij begrijpt er niets van..hij moet in de leer bij een Samaritaan.
Laten we steeds weer wijsheid van God vragen door Zijn Geest om zijn lessen te leren..en zoals Maria aan het einde van dit hoofdstuk aan Jezus’ voeten zitten om onderwezen te worden.
Vragen voor volwassenen:
- Gaan wij altijd eerlijk met onszelf om of…zoeken we ook wel eens uitvluchten…
- Wat is ons doel als we onze Vader of Jezus of de Heilige Geest in ons gebed iets vragen?
- Hoe gaan wij om met ‘buitenlanders’ of beter gezegd ‘medelanders’?
Vragen voor onze kinderen:
- Wat vind je ervan, dat Jezus van ons vraagt, dat we ook vriendelijk moeten zijn voor kinderen die we eigenlijk niet zo aardig vinden?
- Hoe zou je dat toch kunnen proberen als je aan het lijden van Jezus denkt?
- Met Wie kun je de barmhartige Samaritaan vergelijken?
Dag 24 KIJK! – Lucas 13
Voor de kinderen:
- Wat wil satan eigenlijk?
- Waarom is Jezus’ plan mooier en beter?
- Welke deur moet open en hoe moet dat dan?
Voor de volwassenen:
- Ga je nog steeds zelf het gevecht aan?
- Wat zegt Pasen in dit verband?
- Wat doet Zijn verdriet in jouw leven?
1 Er waren op dat moment ook enkele mensen aanwezig die hem vertelden over de Galileeërs van wie Pilatus het bloed vermengd had met hun offers. 2 Hij zei tegen hen: ‘Denken jullie dat die Galileeërs grotere zondaars waren dan alle andere Galileeërs, omdat ze dat ondergaan hebben? 3 Zeker niet, zeg ik jullie, maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal op dezelfde wijze omkomen. 4 Of die achttien die stierven doordat de Siloamtoren op hen viel – denken jullie dat zij schuldiger waren dan alle andere mensen die in Jeruzalem wonen? 5 Zeker niet, zeg ik jullie, maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal net zo sterven als zij.’
Dag 23 KIJK! – reis door de tijd!
(door Agaath Brugman)
Een reis door de tijd.
Gaat u mee? Op reis door de tijd.Eerst helemaal terug naar het eerste begin. Prachtig is ie de aarde!!Een ronde bol schitterend van kleur, vol leven. Wat mooi!Even inzoomen op dat gebied tussen de Eufraat en de Tigris. De Hof van Eden: wat een schitterende tuin.
En kijk daar eens.. 2 mensen die wandelen met hun Schepper. De Here God zelf. Ze hebben geen kleren aan. Dat merken ze niet eens. Zo veilig voelen ze zich dicht bij de Here. (Gen.2:25)
Maar.. wat gebeurd er nu..?Het wordt donker om die twee mensen heen.Zonde komt in de wereld. Kijk dan toch, alles veranderd. Er komt angst. Er komt ziekte. Moord en doodslag diepe ellende..
Is het nu voorbij, al dat mooie van het begin? Nee Kijk toch mee. Naar het wonder van zo,n teleurgestelde Schepper. Hij belooft daar aan de poort van het Paradijs dat het goed komt. Messias noemt hij Hem die verlost.( Gen. 3 : 15)
We reizen verder in de tijd. God kiest een volk uit. Israël. Aan hen zal Hij steeds maar weer vertellen wat zijn plannen zijn met de wereld. Wat hun toekomst is wanneer ze op Hem vertrouwen. Het wordt een ramp. Steeds maar weer Moet de Here de schrijvers van de Bijbel laten opschrijven:” en ze deden wat kwaad is in de ogen van de Here”. Hoe moet dit nu?
Kijk! Daar staat Jesaja. Het is een donkere tijd voor Israël. Hij spreekt van een vrede en recht doen aan verdrukten. Door een telg uit Isai.Het komt goed! Echt waar. De komst van de Messias zal zelfs een leeuw en een beer tot rust brengen .( Jes.11)
Is dat een droom van iemand met wel heel veel fantasie? Na de grote profeten blijft het eeuwen donker in Israël. Niemand geloofd nog in de vervulling. Mensen leven bij de dag. Ach het zijn zulke oude beloften.
Maar Kijk! daar in het gezin van Fanuel groeit een meisje op. Hanna heet ze. Ze trouwt maar och.. al na zeven jaren sterft haar man. Natuurlijk treurt ze. Maar vooral verwacht ze. Ze wordt al maar ouder maar diep in haar hart weet ze: Hij komt nu snel de Messias. Ze woont in Jeruzalem. Daar in de tempel komt ze een man tegen.Simeon. Ook hij wacht met spanning op de komst van de Verlosser.
En dan:Kijk! Een man en een heel jonge vrouw komen met hun kindje in de
tempel. Het is hun eerste kind,een jongetje. Beiden weten op dat zelfde moment: dat is Hem! Jezus is Zijn naam. Ze loven God.
Dan valt er dertig jaren blijkbaar niets te melden. Ja, nog even als Jezus twaalf jaar oud is. Maar dan..
Kijk! zie je het? Met een groep jonge vrienden om Hem heen gaat Hij door het land. Overal geneest Hij mensen die iets mankeren. Hij vertelt aan ieder die het maar wil horen van Zijn Vader in de hemel. Nog nooit hebben mensen zo uit de eerste hand zoveel gehoord over de Here God. Hij leert dat mensen elkaar moeten liefhebben. Met echte interesse moeten leven voor hun medemensen. Zelfgemaakte regels van mensen lapt Hij aan z,n laars. Hou je alleen aan de regels die de Here al eeuwen terug gaf aan Zijn volk. Die zijn goed voor iedereen. Drie jaar laten de leiders van het volk het toe dat Jezus frank en vrij vertelt van de grote liefde van Vader voor mensen die zich aan Hem willen vasthouden. Maar dan…
Kijk! Zie je dat..? Een open graf. Mensen die zingen: nu de Heer is opgestaan, nu vangt het nieuwe leven aan…!! Maar..kijk… zie je de weg die leidt naar die grote dag.. Die weg gaat langs vernedering voor de Zoon van God. Langs veel verdriet om halsstarrigheid. Langs Getsemane. Langs dat martelwerktuig daar op die heuvel van Golgotha. Het kruis.. Nooit vergeten welke weg de Here moest gaan om als een verheerlijkte Koning op te varen naar Zijn Vader in de hemel.
We kijken verder in de tijd.
De blijde boodschap wordt verder verteld. Overal. Kerken worden gebouwd. Gods Naam wordt groot gemaakt, ook in de lage landen. Maar kijk nou toch. Zo vaak, net als toen gaan mensen hun eigen weg. Zonder God. Houdt het dan nooit op..?
Maar KIJK!! Vooruit kijken! Daar. Een stad met paarlen poorten die wijd open staan.Jeruzalem heet die stad. Helemaal vierkant. Rustig daalt naar beneden, naar ons mensen toe. Die stad uit de hemel van God.(Openb. 21) Wat een mensen zijn daar al. En Jezus is er ook. Ik zie er geen kerken meer. God zelf is daar immers. Een heel oude man, Johannes, zegt ook tegen u en mij: zie uit naar de Dag dat Jezus je komt halen om daar ook te gaan wonen. Samen met al Gods kinderen.
Wat zal de wereld mooi zijn, op die dag….!
