Kalender

Archief

Monthly Archives: maart 2012

Dag 32 KIJK! – Wie mogen aan het avondmaal? (Lucas 18)

  • Wie zijn wij: “sommigen die zichzelf rechtvaardig vinden en anderen minachten”? Of blijven wij “op een afstand staan en durven we niet eens de blik naar de hemel te richten”?
  • Denk nog eens aan de preek van ds Feijen: Komen wij als rijke kinderen of als verwende kinderen?
  • Wij mogen het naar de Heer Jezus uitspreken, zoals de blinde in Jericho: Heb medelijden met mij!
  • Jezus zal zeggen tegen degenen die oprecht berouw hebben over hun zonden: Uw geloof heeft u gered!
  • Wij mogen samen Hulde brengen aan God omdat we dit gewoon voor onze ogen zien gebeuren, morgen aan tafel. ‘Wij arme zondaars, bedelaars… onrein!’

Wat een feest van genade: wij mogen aangaan aan het avondmaal: de maaltijd die uitbeeldt hoe diep de Heer voor ons gegaan is. En hoe groot zijn genade voor ons is. Luc 18: 32 – 33 Want hij is uitgeleverd aan de heidenen en werd bespot en mishandeld en bespuwd.  En nadat hij was gegeseld, werd hij gedood, maar op de derde dag is hij opstaan!

Lucas 18

1 Hij vertelde hun een gelijkenis over de noodzaak om altijd te bidden en niet op te geven: 2 ‘Er was eens een rechter in een stad die geen ontzag had voor God en zich niets aan de mensen gelegen liet liggen. 3 Er woonde ook een weduwe in die stad, die steeds weer naar hem toe ging met het verzoek: “Doe mij recht in het geschil met mijn tegenstander.” 4 Maar lange tijd wilde hij dat niet doen. Ten slotte zei hij bij zichzelf: Ook al heb ik geen ontzag voor God en laat ik mij niets aan de mensen gelegen liggen, 5 toch zal ik die weduwe recht verschaffen omdat ze me last bezorgt. Anders blijft ze eindeloos bij me komen en vliegt ze me nog aan.’ 6 Toen zei de Heer: ‘Luister naar wat deze rechter zegt, al minacht hij ook het recht. 7 Zal God dan niet zeker recht verschaffen aan zijn uitverkorenen die dag en nacht tot hem roepen? Of laat hij hen wachten? 8 Ik zeg jullie dat hij hun spoedig recht zal verschaffen. Maar als de Mensenzoon komt, zal hij dan geloof vinden op aarde?’
De erfgenamen van het koninkrijk van God
9 Met het oog op sommigen die zichzelf rechtvaardig vinden en anderen minachten, vertelde hij de volgende gelijkenis. 10 ‘Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden, de een was een farizeeër en de ander een tollenaar. 11 De farizeeër stond daar rechtop en bad bij zichzelf: “God, ik dank u dat ik niet ben als de andere mensen, die roofzuchtig of onrechtvaardig of overspelig zijn, en dat ik ook niet ben als die tollenaar. 12 Ik vast tweemaal per week en draag een tiende van al mijn inkomsten af.” 13 De tollenaar echter bleef op een afstand staan en durfde niet eens zijn blik naar de hemel te richten. In plaats daarvan sloeg hij zich op de borst en zei: “God, wees mij zondaar genadig.” 14 Ik zeg jullie, hij ging naar huis als iemand die rechtvaardig is in de ogen van God, maar die ander niet. Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, maar wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden.’
15 De mensen probeerden ook kleine kinderen bij hem te brengen om ze door hem te laten aanraken. Toen de leerlingen dat zagen, berispten ze hen. 16 Maar Jezus riep de kinderen bij zich en zei: ‘Laat ze bij me komen, houd ze niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij. 17 Ik verzeker jullie: wie niet als een kind openstaat voor het koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan!’
18 Een hooggeplaatst persoon vroeg hem: ‘Goede meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ 19 Jezus antwoordde: ‘Waarom noemt u mij goed? Niemand is goed, alleen God. 20 U kent de geboden: pleeg geen overspel, pleeg geen moord, steel niet, leg geen vals getuigenis af, toon eerbied voor uw vader en uw moeder.’ 21 De man zei: ‘Aan dat alles heb ik me sinds mijn jeugd gehouden.’ 22 Toen Jezus dat hoorde, zei hij: ‘Nog één ding ontbreekt u. Verkoop alles wat u hebt en verdeel de opbrengst onder de armen, dan zult u een schat in de hemel bezitten. Kom daarna terug en volg mij!’ 23 Toen de man dat hoorde, werd hij diepbedroefd. Hij was namelijk zeer rijk.
24 Toen Jezus zag dat de man zo bedroefd werd, zei hij: ‘Wat is het moeilijk voor rijken om het koninkrijk van God binnen te gaan. 25 Het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.’ 26 Daarop zeiden zijn toehoorders: ‘Wie kan er dan nog gered worden?’ 27 Jezus zei: ‘Wat bij de mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God.’ 28 Toen zei Petrus: ‘Maar wij hebben alles wat we bezaten achtergelaten om u te volgen.’ 29 Jezus zei tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: iedereen die huis of vrouw, broers of zusters, ouders of kinderen heeft achtergelaten omwille van het koninkrijk van God, 30 zal reeds in deze tijd het veelvoudige ontvangen en in de tijd die komt het eeuwige leven.’
Optreden in Jericho
31 Hij nam de twaalf apart en zei tegen hen: ‘We zijn nu op weg naar Jeruzalem, en alles wat door de profeten is geschreven zal men de Mensenzoon laten ondergaan. 32 Want hij zal worden uitgeleverd aan de heidenen en worden bespot en mishandeld en bespuwd. 33 En nadat hij is gegeseld, zal hij worden gedood, maar op de derde dag zal hij opstaan.’ 34 De leerlingen begrepen er niets van. De betekenis van Jezus’ woorden bleef voor hen verborgen, en ze konden maar niet bevatten wat hij had gezegd.
35 Toen hij in de buurt van Jericho kwam, zat er langs de weg een blinde te bedelen. 36 Toen de blinde een menigte voorbij hoorde komen, vroeg hij wat er gaande was. 37 Ze zeiden tegen hem: ‘Jezus uit Nazaret komt voorbij.’ 38 Daarop riep de blinde: ‘Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!’ 39 Degenen die voorop liepen, snauwden hem toe dat hij moest zwijgen, maar hij schreeuwde des te harder: ‘Zoon van David, heb medelijden met mij!’ 40 Jezus bleef staan en zei dat men de blinde bij hem moest brengen. Toen deze voor hem stond, vroeg hij hem: 41 ‘Wat wilt u dat ik voor u doe?’ De blinde antwoordde: ‘Heer, zorg dat ik weer kan zien.’ 42 Jezus zei: ‘Zie weer! Uw geloof heeft u gered.’ 43 Onmiddellijk kon hij weer zien en hij volgde hem terwijl hij God loofde. Alle mensen die getuige waren geweest van dit voorval brachten hulde aan God.

Dag 31 KIJK! – Door geloof en geduld de beloften beërven (Hebreeën 6:9 – 20)

Door Norbert Gyula Becker

(Ds Norbert Becker is dominee in de gereformeerde kerk in Üröm ten noorden van Budapest, Hongarije. Hij is daarnaast ook godsdienstleraar aan de universiteit in Budapest. Dominee Becker is deze week met een groep jongeren naar Nederland gekomen om de banden met Nederland aan te halen. Nederland heeft een bepaalde invloed gehad op het Gerefomeerde geloof in Hongarije.
Deze bijdrage heeft dominee Becker geschreven als ochtendoverdenking voor zijn eigen gemeente. Hij heeft de tekst voor ons vertaald naar het Nederlands, via Google-vertalen. De zinnen die niet klopten na de vertaling zijn verder vertaald. De Geest spreekt alle talen, en doet ons elkaar verstaan)

Hebreeen 6:12:
12 opdat gij niet traag wordt, maar navolgers moogt zijn van hen, die door geloof en geduld de beloften beërven.
(De vertaling van de NBV is hierin niet juist, vandaar de keuze voor de NBG51: het gaat over geloof en geduld)

Hoe wijs heeft de Here God in dit hoofdstuk de volgorde bepaald. Wat een Goddelijke logica!  In de eerste plaats moeten we Hem geloven. Als dat geloof er is dan komt het geduld daarna. Vaak merkte ik bij mezelf in het leven van anderen dat dat het niet lijkt te werken. Wij willen eerst graag het geduld, afwachten. Het geloof kwam daar dan achteraan (eerst zien en dan geloven). En terwijl we zo afwachten vragen we ons af waarom er niets gebeurt. Maar de briefschrijver legt hier heel duidelijk uit: het geloof komt eerst. Je moet geloven dat de Levende God er is en je helpt als je tot hem bid: Help mij Heer!

En dit wordt nog versterkt in Psalm 50:15:

“Roep mij te hulp in tijden van nood,
ik zal je redden, en je zult mij eren!”

Ja, daar begint het! Ik geloof dat God zal optreden en zal helpen. Geloven dus: “Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien.” (Hebreeën 11:1) Een prachtig geschenk is het, om te geloven! Want het zijn gewoon Gods beloften, die aan ons gedaan worden! Wat ik lees in de bijbel, of wat in teksten op mij af kwam, wat ik misschien van vroeger heb meegekregen, dat heb ik… door het geloof! (Romeinen 8.) Als je gelooft, dan is het niet meer zo moeilijk om geduldig te wachten. En er zijn veel van deze beloften, die wij van Hem ontvangen. We leven in de wetenschap dat Gods beloften zijn zoals een oud calvinist lied: al zegt: “Amen, alles is waar en zeker wat uit Uw mond uitgaat…” Hoe goed is het, dat God betrouwbaar is! Hij is geen mens zoals wij, dat hij zou liegen: bij Hem is ja ja en nee nee. Als je leven in zijn handen is en je de kracht van het geloof en Zijn daden ervaart in je leven, wat ben je dan rijk! De Zoon is naar de aarde gestuurd, zodat wij niet verloren gaan in ons ongeloof en ongeduld.  Hij geeft het ons om gelovig te leven in Zijn naam. Jezus zegt: “Want ik ben gekomen zodat  u het leven hebt, en zelfs leven in overvloed!”

DAG 30 KIJK! – Het koninkrijk van God (Lucas 17)

Oproep aan de leerlingen

17

1 Tegen zijn leerlingen zei hij: ‘Het is onvermijdelijk dat er mensen ten val worden gebracht, alleen: wee degene die daarvoor verantwoordelijk is! 2 Het zou beter voor hem zijn als hij met een molensteen om zijn nek in zee werd geworpen dan dat hij ook maar een van deze geringen ten val zou brengen. 3 Let dus goed op jezelf!
Indien een van je broeders of zusters zondigt, spreek die dan ernstig toe; en als ze berouw hebben, vergeef hun. 4 En als ze zevenmaal op een dag tegen je zondigen en zevenmaal naar je terugkeren en zeggen: “Ik heb berouw,” dan moet je hun vergeven.’
  • Citaat: Let goed op jezelf
5 Toen zeiden de apostelen tegen de Heer: ‘Geef ons meer geloof!’ 6 De Heer zei: ‘Als jullie geloof hadden als een mosterdzaadje, zouden jullie tegen die moerbeiboom zeggen: “Trek je wortels uit de grond en plant jezelf in de zee!” en hij zou jullie gehoorzamen.
7 Als iemand van jullie een knecht zou hebben die ploegt of de kudden weidt, dan zal hij, wanneer die thuiskomt van het land, toch niet tegen hem zeggen: “Ga maar meteen aan tafel”? 8 Zal hij niet veel eerder tegen hem zeggen: “Maak iets te eten voor me klaar, doe je gordel om en bedien me terwijl ik eet en drink, en daarna kun je zelf eten en drinken”? 9 Hij bedankt de knecht toch niet omdat die gedaan heeft wat hem is opgedragen? 10 Hetzelfde geldt voor jullie; wanneer jullie alles gedaan hebben wat jullie is opgedragen, zeg dan: “Wij zijn maar knechten, we hebben enkel onze plicht gedaan.”’
  • Oei dat is nog eens een les. We doen maar enkel onze plicht… We verdienen de redding niet. Niet door een groter geloof niet door onze daden. We toch zijn we als Gods kinderen aangenomen, en mogen we toch aan tafel. Helemaal gratis (gratie, genade) Ef 2:1-10
In het grensgebied van Samaria
11 Op weg naar Jeruzalem trok Jezus door het grensgebied van Samaria en Galilea. 12 Toen hij daar een dorp wilde binnengaan, kwamen hem tien mensen tegemoet die aan huidvraat leden; ze bleven op een afstand staan. 13 Ze verhieven hun stem en riepen: ‘Jezus, meester, heb medelijden met ons!’ 14 Toen hij hen zag, zei hij tegen hen: ‘Ga u aan de priesters laten zien.’ Terwijl ze gingen werden ze gereinigd. 15 Een van hen, die zag dat hij genezen was, keerde terug en loofde God met luide stem. 16 Hij viel neer aan Jezus’ voeten om hem te danken. Het was een Samaritaan. 17 Toen zei Jezus: ‘Zijn er niet tien gereinigd? Waar zijn de negen anderen? 18 Wilde niemand anders terugkomen om God eer te bewijzen dan alleen deze vreemdeling?’ 19 Hij zei tegen de Samaritaan: ‘Sta op en ga. Uw geloof heeft u gered.’
  • Stelling: Nood leert bidden, voorspoed leert ons altijd een stuk minder om te danken.
  • Zie God’s reddende macht door alles heen. Hoeveel rijkdom heeft Jezus voor ons verdiend? Bid u voor de mensen die hem daarvoor niet danken en niet aanbidden. (denk aan de preek van zondagmiddag) Wat erg dat mensen met open ogen de redding aanschouwen maar er geen dank voor aan God brengen!
De komst van de Mensenzoon
20 Toen de farizeeën Jezus vroegen wanneer het koninkrijk van God zou komen, antwoordde hij hun: ‘De komst van het koninkrijk van God laat zich niet aanwijzen, 21 en men kan niet zeggen: “Kijk, hier is het!” of: “Daar is het!” Maar weet wel: het koninkrijk van God ligt binnen uw bereik.’
22 Tegen de leerlingen zei hij: ‘Er komt een tijd dat jullie ernaar zullen verlangen een van de dagen van de Mensenzoon te zien, maar jullie zullen die dag niet meemaken. 23 Dan zullen de mensen tegen jullie zeggen: “Kijk daar!” of: “Kijk hier!” Maar doe dat niet en schenk er geen aandacht aan. 24 Want zoals de bliksem licht geeft wanneer hij van de ene naar de andere kant van de hemel flitst, zo zal de Mensenzoon verschijnen. 25 Maar eerst moet hij veel lijden en door deze generatie verworpen worden. 26 En zoals het eraantoe ging in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de dagen van de Mensenzoon: 27 ze aten, ze dronken, ze huwden, ze werden uitgehuwelijkt, tot aan de dag waarop Noach de ark binnenging en de vloed kwam die iedereen verzwolg. 28 Of zoals het eraantoe ging in de dagen van Lot: ze aten, ze dronken, ze kochten, ze verkochten, ze plantten, ze bouwden; 29 maar op de dag waarop Lot wegtrok uit Sodom, regende het vuur en zwavel uit de hemel en kwamen allen om. 30 Zo zal het ook gaan op de dag waarop de Mensenzoon wordt geopenbaard. 31 Wie op die dag op het dak van zijn huis is moet niet naar beneden gaan om zijn bezittingen te gaan halen, en wie op het land is moet niet naar huis terug willen gaan. 32 Denk aan de vrouw van Lot! 33 Wie probeert zijn leven veilig te stellen zal het verliezen, maar wie het verliest zal het behouden. 34 Ik zeg jullie, die nacht zullen er twee in één bed liggen: de een zal worden meegenomen, de ander achtergelaten. 35 Van twee vrouwen die samen aan het malen zijn, zal de een worden meegenomen, de ander worden achtergelaten.’36 37 Ze vroegen hem: ‘Waar, Heer?’ Hij antwoordde: ‘Waar een lijk is, daar zullen de gieren zich verzamelen.’
  • Let goed op jezelf. Denk daar vandaag steeds aan bij alles wat je doet. Aan welke kant sta jij?

Dag 29 KIJK! – Lucas 16

Rijkdom en gerechtigheid
16
1 Hij richtte zich ook tot zijn leerlingen: ‘Er was eens een rijke man die een rentmeester had en te horen kreeg dat de rentmeester zijn eigendommen verkwistte. 2 De rijke man riep de rentmeester bij zich en zei tegen hem: “Wat hoor ik over jou? Leg verantwoording af van je beheer, want je kunt niet langer rentmeester blijven.” 3 Toen zei de rentmeester bij zichzelf: Wat moet ik doen nu mijn heer mij het beheer afneemt? Werken op het land kan ik niet, en voor bedelen schaam ik me. 4 Maar ik weet al wat ik moet doen om ervoor te zorgen dat de mensen, wanneer ik van mijn beheerderstaak ben ontheven, mij bij hen thuis ontvangen. 5 Een voor een riep hij de schuldenaars van zijn heer bij zich. De eerste vroeg hij: “Hoeveel bent u mijn heer schuldig?” 6 “Honderd vaten olijfolie,” antwoordde de schuldenaar. De rentmeester zei tegen hem: “Hier is uw schuldbewijs, ga zitten en maak er gauw vijftig van.” 7 Daarna vroeg hij aan de volgende schuldenaar: “En u, hoeveel bent u schuldig?” “Honderd balen graan,” luidde het antwoord. De rentmeester zei: “Hier is uw schuldbewijs, maak er tachtig van.” 8 En de heer prees de oneerlijke rentmeester omdat hij slim had gehandeld. De kinderen van deze wereld gaan immers slimmer met elkaar om dan de kinderen van het licht. 9 Ook ik zeg jullie: maak vrienden met behulp van de valse mammon, opdat jullie in de eeuwige tenten worden opgenomen wanneer de mammon er niet meer is.

  • Dat is nogal een opmerking die Jezus hier plaatst: de heidenen (kinderen van deze wereld) gaan slimmer met elkaar om dat de gelovigen (kinderen van het licht).
  • Hoe gaan wij om me ons geld? Zijn wij bezig alles voor onszelf te houden of zijn we erop uit anderen te laten delen in de rijkdom die wij krijgen.
  • Is aan onze geldbesteding te zien dat we kinderen van het licht zijn? hoe dan?

Lees eens door in de volgende versen:

10 Wie betrouwbaar is in het geringste, is ook betrouwbaar als het om veel gaat, en wie oneerlijk is in het geringste is ook oneerlijk als het om veel gaat. 11 Als jullie onbetrouwbaar blijken in de omgang met de valse mammon, wie zal jullie dan werkelijk belangrijke dingen toevertrouwen? 12 En als jullie onbetrouwbaar blijken met wat een ander toebehoort, wie zal jullie dan geven wat jullie zelf toekomt? 13 Geen enkele knecht kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de mammon.’

14 De farizeeën, die geldzuchtig waren, hoorden dit alles aan en ze haalden honend hun neus voor hem op. 15 Maar Jezus zei tegen hen: ‘U wilt bij de mensen altijd voor rechtvaardig doorgaan, maar God kent uw hart. Wat bij de mensen in hoog aanzien staat, is een gruwel in de ogen van God.

  • Hoe heb jij de afgelopen maanden je belastingaangifte ingevuld en verstuurd?
  • Stelling: Ontwikkelingssamenwerking is een last voor ons Nederlandse volk. Daar mag best wat minder geld naar toe in tijden van crisis.

16 De Wet en de Profeten gaan tot aan Johannes: sindsdien wordt het koninkrijk van God verkondigd, en iedereen wordt met klem genodigd binnen te komen. 17 Maar nog eerder vergaan hemel en aarde dan dat er ook maar één tittel van de wet wegvalt. 18 Wie zijn vrouw verstoot en met een ander trouwt, pleegt overspel, en ook wie trouwt met een vrouw die door haar man is verstoten, pleegt overspel.

19 Er was eens een rijke man die gewoon was zich te kleden in purperen gewaden en fijn linnen en die dagelijks uitbundig feestvierde. 20 Een bedelaar die Lazarus heette, lag voor de poort van zijn huis, overdekt met zweren. 21 Hij hoopte zijn maag te vullen met wat er overschoot van de tafel van de rijke man; maar er kwamen alleen honden aanlopen, die zijn zweren likten. 22 Op zekere dag stierf de bedelaar, en hij werd door de engelen weggedragen om aan Abrahams hart te rusten. Ook de rijke stierf en werd begraven. 23 Toen hij in het dodenrijk, waar hij hevig gekweld werd, zijn ogen opsloeg, zag hij in de verte Abraham met Lazarus aan zijn zijde. 24 Hij riep: “Vader Abraham, heb medelijden met mij en stuur Lazarus naar me toe. Laat hem het topje van zijn vinger in water dompelen om mijn tong te verkoelen, want ik lijd pijn in deze vlammen.” 25 Maar Abraham zei: “Kind, bedenk wel dat jij je deel van het goede al tijdens je leven hebt ontvangen, terwijl Lazarus niets dan ongeluk heeft gekend; nu vindt hij hier troost, maar lijd jij pijn. 26 Bovendien ligt er een wijde kloof tussen ons en jullie, zodat wie van hier naar jullie wil gaan dat niet kan, en ook niemand van jullie naar ons kan oversteken.” 27 Toen zei de rijke man: “Dan smeek ik u, vader, dat u hem naar het huis van mijn vader stuurt, 28 want ik heb nog vijf broers. Hij kan hen dan waarschuwen, zodat ze niet net als ik in dit oord van martelingen terechtkomen.” 29 Abraham zei: “Ze hebben Mozes en de profeten: laten ze naar hen luisteren!” 30 De rijke man zei: “Nee, vader Abraham, maar als iemand van de doden naar hen toe komt, zullen ze tot inkeer komen.” 31 Maar Abraham zei: “Als ze niet naar Mozes en de profeten luisteren, zullen ze zich ook niet laten overtuigen als er iemand uit de dood opstaat.”’

  • Om over na te denken: Hoe sta jij in het leven? Zijn wij in de crisis niet nog steeds net zo rijk als die rijke man. En ligt de derde wereld niet nog sterker aan onze voordeur dan voorheen?
  • Stelling: de economische crisis is het gevolg van ons rijke mans gedrag tegenover de arme Lazarussen: Spanje, Potrugal, Griekenland.
  • De Euro is onze grote testcase. Zijn wij hierin anders dan de kinderen van de wereld? Hoe gaan wij om met de valse Mammon?

Zondag is het avondmaal: Jezus leed voor onze zonden. Goed om de dingen die in ons leven tussen God en ons instaan uit de weg te ruimen zodat we vrijmoedig aan kunnen gaan.

Kol 3: 1-4 (NBG51) - 1 Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods. 2 Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. 3 Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God. 4 Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid.

Dag 28 KIJK! – De maaltijd voor zondaars (Lucas 15)

15

1 Alle tollenaars en zondaars kwamen hem opzoeken om naar hem te luisteren. 2 Maar zowel de farizeeën als de schriftgeleerden zeiden morrend tegen elkaar: ‘Die man ontvangt zondaars en eet met hen.’ 3 Jezus vertelde hun toen deze gelijkenis: 4 ‘Als iemand van u honderd schapen heeft waarvan er één verloren is geraakt, laat hij dan niet de negenennegentig andere in de woestijn achter om naar het verdwaalde dier op zoek te gaan tot hij het gevonden heeft? 5 En als hij het gevonden heeft, legt hij het vol vreugde op zijn schouders 6 en gaat hij naar huis. Daar roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt tegen hen: “Deel in mijn vreugde, want ik heb het schaap gevonden dat verdwaald was.” 7 Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die tot inkeer komt dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen inkeer nodig hebben.
  • Wat onvoorstelbaar eigenlijk: Jezus ontvangt zondaars en eet met hen. Komende zondag is het avondmaal. Wat een wonder: Jezus ontvangt ons, jou en mij en eet met ons.
  • Deel jij ook in de vreugde als mensen verdwalen en weer terug komen? Ben ik niet vaak geneigd mensen met mijn maat te meten. Hoe anders is het in de Hemel!
8 En als een vrouw tien drachmen heeft en er één verliest, steekt ze toch de lamp aan, veegt het hele huis schoon en zoekt ze alles af tot ze het muntstuk gevonden heeft? 9 En als ze het gevonden heeft, roept ze haar vriendinnen en buren bijeen en zegt: “Deel in mijn vreugde, want ik heb de drachme gevonden die ik kwijt was.” 10 Zo, zeg ik u, heerst er ook vreugde onder de engelen van God over één zondaar die tot inkeer komt.’
  • Eén zondaar tot inkeer brengt duizenden engelen op de been, heb je je dat weleens voorgesteld?
11 Vervolgens zei hij: ‘Iemand had twee zonen. 12 De jongste van hen zei tegen zijn vader: “Vader, geef mij het deel van uw bezit waarop ik recht heb.” De vader verdeelde zijn vermogen onder hen. 13 Na enkele dagen verzilverde de jongste zoon zijn bezit en reisde af naar een ver land, waar hij een losbandig leven leidde en zijn vermogen verkwistte. 14 Toen hij alles had uitgegeven, werd dat land getroffen door een zware hongersnood, en begon hij gebrek te lijden. 15 Hij vroeg om werk bij een van de inwoners van dat land, die hem op het veld zijn varkens liet hoeden. 16 Hij had graag zijn maag willen vullen met de peulen die de varkens te eten kregen, maar niemand gaf ze hem. 17 Toen kwam hij tot zichzelf en dacht: De dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed, en ik kom hier om van de honger. 18 Ik zal naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: “Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, 19 ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden; behandel mij als een van uw dagloners.” 20 Hij vertrok meteen en ging op weg naar zijn vader.
Zijn vader zag hem in de verte al aankomen. Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af, viel hem om de hals en kuste hem. 21 “Vader,” zei zijn zoon tegen hem, “ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden.” 22 Maar de vader zei tegen zijn knechten: “Haal vlug het mooiste gewaad en trek het hem aan, doe hem een ring aan zijn vinger en geef hem sandalen. 23 Breng het gemeste kalf en slacht het. Laten we eten en feestvieren, 24 want deze zoon van mij was dood en is weer tot leven gekomen, hij was verloren en is teruggevonden.” En ze begonnen feest te vieren.
25 De oudste zoon was op het veld. Toen hij naar huis ging en al dichtbij was, hoorde hij muziek en gedans. 26 Hij riep een van de knechten bij zich en vroeg wat dat te betekenen had. 27 De knecht zei tegen hem: “Uw broer is thuisgekomen, en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht omdat hij hem gezond en wel heeft teruggekregen.” 28 Hij werd woedend en wilde niet naar binnen gaan, maar zijn vader kwam naar buiten en trachtte hem te bedaren. 29 Hij zei tegen zijn vader: “Al jarenlang werk ik voor u en nooit ben ik u ongehoorzaam geweest als u mij iets opdroeg, en u hebt mij zelfs nooit een geitenbokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. 30 Maar nu die zoon van u is thuisgekomen die uw vermogen heeft verkwanseld aan de hoeren, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht.” 31 Zijn vader zei tegen hem: “Mijn jongen, jij bent altijd bij me, en alles wat van mij is, is van jou. 32 Maar we konden toch niet anders dan feestvieren en blij zijn, want je broer was dood en is weer tot leven gekomen. Hij was verloren en is teruggevonden.”’
Het ene feest is het andere niet! Laat ik me niet inbeelden dat het mij anders vergaat. Hoevaak ben ik niet heel werelds bezig met aardse goederen?! Is ons leven niet vaak ook een groot feest, of is dat toch een ander feest?
  • Het luxe leven is (een feest) van God gekregen en je mag er toch ook van genieten? Hoe vaak staat dat leven mijn beeld van God niet in de weg? Zijn wij niet heel erg verwend, zoals de jongste zoon?
  • En hoe vaak weet ik, onder veel gemopper en gemor, niet preceies hoe God mij moet behandelen, zoals de oudste zoon.
  • Op wie lijk jij het meest? Wat vind je daarvan? en als je er niet blij mee bent, hoe kun je dat veranderen

We mogen zondag samen aan het avondmaal komen. Vader staat ons met open armen op te wachten.

Dag 27 KIJK! – Vertrouwen op onzichtbare hulp (Jesaja 50: 1-11)

 Door ds. Piet Houtman

Vier ‘liederen over de Knecht des HEREN’ staan er in Jesaja. Je zou ze eens achter elkaar moeten lezen, bijvoorbeeld op vier achtereenvolgende dagen in de lijdenstijd. (Hieronder noem ik ze op.) Het vierde is verreweg het bekendst. Het gaat over Christus’ plaatsvervangend lijden.

De evangeliën vertellen de geschiedenis; de vier liederen laten de achtergrond zien. Het vierde lied vertelt over het lijden van de Knecht, in de derde persoon: “Om onze overtredingen werd Hij doorboord…”

Het derde lied spreekt in de eerste persoon. Hier is de Knecht zelf aan het woord, persoonlijk. Hij uit zichzelf. Het is een intiem lied. Hij spreekt teer over zijn verhouding met de HEER. Meer dan wij misschien verwachten. In de Bijbelse geschiedenis, in de evangeliën, zien wij Hem door de ogen van de discipelen. Wij zijn dan mogelijk geneigd om eerbiedig een beetje op een afstand te blijven. Maar nee, Hij komt juist heel dicht bij ons, Hij opent zijn hart, terwijl wij het horen. En het klinkt echt menselijk. Nederig. Zo als wij allemaal zouden moeten zijn; hadden moeten zijn.

Hij heeft een open houding naar de HEER toe. De houding van een leerling. Direct vanaf het begin van elke nieuwe dag. “Elke ochtend wekt Hij mijn oor, zodat het toegerust is om aandachtig te luisteren”. Je kunt denken aan: direct bij het wakker worden; of direct bij het begin van de eerste les.

Zelfs die luisterhouding is aan de HEER te danken. Hij krijgt alle eer. Hij is de Schepper, die het oor heeft geplant (Psalm 94). Hij is het ook, die een mens bereid maakt om te luisteren, door zijn Geest. “God, de HEER, heeft mijn oren geopend…”

Maar dat is niet alleen iets tussen de HEER en zijn Knecht. De HEER spreekt tot zijn Knecht, Hij geeft Hem les, zo dat Hij op zijn beurt weer andere mensen kan onderwijzen. “God, de HEER, gaf mijn een vaardige tong, waarmee ik de moedeloze kan opbeuren.” Dat zijn wij; dat hebben wij nodig! Met dit lied beurt Hij ons direct al op.

 De HEER geeft zijn Knecht een opdracht, en die is meteen heel heftig. Dat horen we direct in het vervolg, als Hij die opdracht gaat vervullen. “Ik heb mijn rug blootgesteld aan mijn folteraars, wie mij de baard uittrokken, bood ik mijn wangen aan…”, en zo gaat het nog even verder. (In de muziek van Handels Messiah is het indrukwekkend uitgebeeld.) Hij laat zich slaan, Hij laat zich mishandelen, Hij laat zich vernederen, voor gek zetten. De roede is voor de rug der dwazen, staat in Spreuken. Als iemand voor straf slagen krijgt, mag je er niet te veel geven, anders ga je hem verachten, staat in de wet.

Je zou woedend worden en terugslaan. Of je zou de moed verliezen. Zo kan ik niet verder; voor mij hoeft het niet meer. Maar de Knecht houdt vol. “God, de HEER, zal mij helpen (…) Hij die mij recht verschaft is nabij”. Hoe weet Hij dat? Hij ziet er niets van, Hij merkt er niets van. We zien Hem staan, moe van een doorwaakte nacht vol spanning, verdriet en vernedering, in de vroege ochtend, met de touwen om de polsen, voor de Joodse Raad. Ze bespuwen Hem, stompen Hem in het gezicht en jouwen Hem uit. Alle remmen gaan los. Waar is nu die hulp? Waar blijft die?

Maar Hij doet niets terug. Zwijgend houdt Hij vol. Maar in dat zwijgen horen we Hem spreken, de woorden van dit lied in Jesaja 50. Hij ziet niets van de hulp van de HEER, toch is Hij innerlijk vol vertrouwen.

Zo ging Hij voorop. Alleen. Voor ons, die heel anders waren en nog steeds de neiging hebben om heel anders te reageren. Hij deed het in onze plaats. Heer, ik dank U, meer dan ik zeggen kan, voor uw stille woorden. Geef me dat ik U mag volgen!

 

(De vier liederen over de Knecht des HEREN: Jesaja 42: 1-7. Tweede 49: 1-6 (7). Derde 50: 4-9 (11). Vierde 52: 13-53: 12.)

Dag 26 KIJK! – Lucas 14

Opnieuw (evenals in het vorige hoofdstuk) komt de vraag naar boven wat nu wel of niet kan op de sabbat. Vandaag kennen wij deze vraag over de zondag. Op de 2 weken geleden gehouden Mannendag Barneveld kwam een soortgelijke vraag aan de orde: Psalmen, lofliederen of gezangen. Broers en zussen: Leef uit de zondag of leef uit wat je zingt! Deze vragen zijn vaak op onszelf gericht wat wel of niet mag. Richt je aandacht op Hem! Hij ziet uit naar jouw lied en Hij ziet uit naar de zondag.

Vragen voor de jongeren:

  • Is God blij met de zondag?
  • En met de andere dagen van de week?
  • Wie is er belangrijker?

Vragen voor de volwassenen:

  • Wat staat in jouw leven op nummer 1?
  • Wanneer heb jij voor het laatst een arme in jouw huis ontvangen?
  • God ziet meer naar jou uit dan jij voor ogen hebt!

Een feestmaal op sabbat

1 Toen hij op sabbat naar het huis van een vooraanstaande farizeeër ging, waar hij voor een maaltijd was uitgenodigd, hielden ze hem in het oog. 2 Er was daar iemand met waterzucht. 3 Jezus vroeg aan de wetgeleerden en de farizeeën: ‘Is het toegestaan hem op sabbat te genezen of niet?’ 4 Maar ze zwegen. Hij pakte de man bij de hand, genas hem en stuurde hem weg. 5 En tegen de farizeeën en wetgeleerden zei hij: ‘Als uw zoon of uw os in een put valt, dan haalt u hem er toch meteen uit, ook al is het sabbat?’ 6 En daarop hadden ze geen antwoord.
7 Hij vertelde de genodigden een gelijkenis, want hij had gezien hoe ze de ereplaatsen voor zichzelf kozen. Hij zei tegen hen: 8 ‘Wanneer u door iemand wordt uitgenodigd voor een bruiloft, kies dan niet de ereplaats, want misschien is er wel iemand uitgenodigd die voornamer is dan u, 9 en dan moet uw gastheer tegen u zeggen: “Sta uw plaats aan hem af.” Dan zult u beschaamd de minste plaats moeten innemen. 10 Als u wordt uitgenodigd, kies dan de minste plaats, zodat uw gastheer tegen u zal zeggen: “Kom toch dichterbij!” Dan wordt u eer betoond ten overstaan van iedereen die samen met u aan tafel aanligt. 11 Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, en wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden.’
12 Hij zei ook tegen degene die hem had uitgenodigd: ‘Wanneer u een maaltijd aanbiedt of een feestmaal geeft, vraag dan niet uw vrienden, uw broers, uw verwanten of uw rijke buren, in de verwachting dat zij u op hun beurt zullen uitnodigen om iets terug te doen. 13 Wanneer u mensen ontvangt, nodig dan armen, kreupelen, verlamden en blinden uit. 14 Dan zult u gelukkig zijn, zij kunnen voor u dan wel niets terugdoen, maar u zult ervoor beloond worden bij de opstanding van de rechtvaardigen.’
15 Toen een van de anderen die aan tafel aanlagen dit hoorde, zei hij tegen hem: ‘Gelukkig al wie zal deelnemen aan de maaltijd in het koninkrijk van God!’ 16 Jezus vervolgde: ‘Iemand wilde een groot feestmaal geven en nodigde tal van gasten uit. 17 Toen het tijd was voor het feestmaal, stuurde hij zijn dienaar naar de genodigden om tegen hen te zeggen: “Kom, want alles is klaar.” 18 Maar een voor een begonnen ze zich te verontschuldigen. De eerste zei: “Ik heb net een akker gekocht, die ik beslist moet gaan bekijken. Tot mijn spijt kan ik de uitnodiging niet aannemen.” 19 En een ander zei: “Ik heb vijf span ossen gekocht en ik ga ze keuren; tot mijn spijt kan ik de uitnodiging niet aannemen.” 20 Weer een ander zei: “Ik ben pas getrouwd en daarom kan ik niet komen.” 21 Toen de dienaar teruggekomen was, bracht hij zijn heer verslag uit. De heer des huizes ontstak in woede en zei tegen zijn dienaar: “Ga vlug de stad in en breng uit de straten en stegen de armen en kreupelen en blinden en verlamden hierheen.” 22 Toen de dienaar hem kwam melden: “Heer, wat u hebt opgedragen is gebeurd, en nog is er plaats,” 23 zei de heer tegen hem: “Ga naar de wegen en de akkers buiten de stad en nodig iedereen met klem uit, want mijn huis moet vol zijn. 24 Ik zeg jullie: niemand van degenen die eerst uitgenodigd waren, zal van mijn feestmaal proeven.”’
Het volgen van Jezus
25 Grote mensenmenigten trokken met Jezus mee. Hij wendde zich tot hen en zei: 26 ‘Wie mij volgt, maar niet breekt met zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broers en zusters, ja zelfs met zijn eigen leven, kan niet mijn leerling zijn. 27 Wie niet zijn kruis draagt en mij op mijn weg volgt, kan niet mijn leerling zijn.
28 Want wie van jullie die een toren wil bouwen gaat niet eerst de kosten berekenen, om te zien of hij wel genoeg heeft voor de bouw? 29 Als hij het fundament gelegd heeft maar de bouw niet kan voltooien, zal iedereen die dat ziet hem uitlachen 30 en zeggen: “Die man begon te bouwen, maar het karwei afmaken kon hij niet.” 31 En welke koning die eropuit trekt om met een andere koning oorlog te voeren, zal niet eerst bij zichzelf te rade gaan of hij wel met tienduizend man kan optrekken tegen iemand die met twintigduizend man tegen hem oprukt? 32 Als hij dat niet kan, stuurt hij eerst, wanneer de troepen nog ver van elkaar verwijderd zijn, een gezant om naar de voorwaarden voor vrede te vragen. 33 Zo geldt ook voor jullie: wie geen afstand doet van al zijn bezittingen, kan mijn leerling niet zijn. 34 Zout is iets goeds. Maar als ook het zout zijn smaak verliest, hoe kunnen we het dan zijn kracht teruggeven? 35 Ook voor de bemesting van de grond is het niet meer bruikbaar, dus wordt het weggegooid. Wie oren heeft om te horen, moet goed luisteren!’

Dag 25 KIJK! – Op wie lijk jij?

(door Jannie Boelaars) Lucas 10: 25 t/m 37

25 Er kwam een wetgeleerde die Hem op de proef wilde stellen. Hij vroeg:’Meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ 26 Jezus antwoordde: ‘Wat staat er in de wet geschreven? Wat leest u daar?’ 27 De wetgeleerde antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht en met heel uw verstand en uw naaste als uzelf.’ 28 ‘U hebt juist geantwoord’, zei Jezus tegen hem. ‘Doe dat en u zult leven.’ 29 Maar de wetgeleerde wilde zich rechtvaardigen en vroeg aan Jezus: ‘Wie is mijn naaste?’ 30 Toen vertelde Jezus hem het volgende: ‘Er was eens iemand die van Jeruzalem naar Jericho reisde en onderweg werd overvallen door rovers die hem zijn kleren uittrokken, hem mishandelden en hem daarna halfdood achter lieten. 31Toevallig kwam er een priester langs, maar toen hij het slachtoffer zag liggen, liep hij met een boog om hem heen. 32 Er kwam ook een Leviet langs, maar bij het zien van het slachtoffer liep ook hij met een boog om hem heen. 33 Een Samaritaan echter, die op reis was, kreeg medelijden toen hij hem zag liggen. 34 Hij ging naar de gewonde man toe, goot olie en wijn over zijn wonden en verbond ze. Hij zette hem om zijn eigen rijdier en bracht hem naar een logement, waar hij voor hem zorgde. 35 De volgende morgen gaf hij twee denarie aan de eigenaar en zei: ‘Zorg voor hem, en als u meer kosten moet maken, zal ik u die op mijn terugreis vergoeden.’ 36 Wie van deze drie is volgens u de naaste geworden van het slachtoffer van de rovers?’ 37 De wetgeleerde zei: ‘De man die medelijden met hem heeft getoond.’ Toen zei Jezus tegen hem: ‘Doet u dan voortaan net zo.’

Deze wetgeleerde stelt Jezus een vraag en het mooie is dat Jezus aansluit op zijn belevingswereld: de wet, daar was hij goed in thuis. Toch stelt deze man snel een tweede vraag om van de eerste opdracht af te zijn en Jezus heeft zoveel geduld: hij vertelt hem een gelijkenis. Een jood wordt overvallen, niet alleen zijn geld wordt hem afgenomen, zelfs zijn kleren en daar ligt hij halfdood. Hij is er ellendig aan toe; evenals allen, die zonder God en Jezus in het leven staan.

Satan onze vijand heeft ons beroofd…

Veel priesters woonden in Jericho; zij gingen heen en weer naar Jeruzalem om daar dienst te doen en werden vaak vergezeld door Levieten. De priester en de Leviet liepen erlangs! Zij zouden een toonbeeld moeten zijn van barmhartigheid, maar lijken meer een monster van wreedheid…een slachtoffer uit hun eigen volk…

De wet helpt ons niet aan de zaligheid…

Samaritanen werden door de Joden veracht, ze wilden er niet mee omgaan. Deze Samaritaan wordt met medelijden vervuld als hij het slachtoffer ziet en het maakt hem niet uit of het een Jood is. Deze Samaritaan heeft geleerd alle mensen te eren en doet wat hij kan om hem te helpen. Wat een liefde laat deze man zien!

Wat een liefde laat de man van smarten zien, ook Hij werd veracht en aan de kant gezet, maar redde ons mensen door Zijn eigen bloed!

Deze man zet de gewonde op zijn eigen beest en gaat zelf lopen, hij blijft een nacht over in het logement, dus geeft ook zijn tijd en zorgde voor de man als voor zijn eigen kind. De volgende morgen gaf hij nog geld voor de zorg van de komende tijd…alles heeft hij over voor het welzijn van deze Jood.

Alles heeft Jezus voor ons betaald!

Op de vraag van Jezus wie bewees de naaste van het slachtoffer te zijn, weigert de wetgeleerde de naam “Samaritaan” in de mond te nemen…hoe trots blijft hij…hij begrijpt er niets van..hij moet in de leer bij een Samaritaan.

Laten we steeds weer wijsheid van God vragen door Zijn Geest om zijn lessen te leren..en zoals Maria aan het einde van dit hoofdstuk aan Jezus’ voeten zitten om onderwezen te worden.

Vragen voor volwassenen:

  • Gaan wij altijd eerlijk met onszelf om of…zoeken we ook wel eens uitvluchten…
  • Wat is ons doel als we onze Vader of Jezus of de Heilige Geest in ons gebed iets vragen?
  • Hoe gaan wij om met ‘buitenlanders’ of beter gezegd ‘medelanders’?

Vragen voor onze kinderen:

  • Wat vind je ervan, dat Jezus van ons vraagt, dat we ook vriendelijk moeten zijn voor kinderen die we eigenlijk niet zo aardig vinden?
  • Hoe zou je dat toch kunnen proberen als je aan het lijden van Jezus denkt?
  • Met Wie kun je de barmhartige Samaritaan vergelijken?

Dag 24 KIJK! – Lucas 13

Voor de kinderen:

  • Wat wil satan eigenlijk?
  • Waarom is Jezus’ plan mooier en beter?
  • Welke deur moet open en hoe moet dat dan?

Voor de volwassenen:

  • Ga je nog steeds zelf het gevecht aan?
  • Wat zegt Pasen in dit verband?
  • Wat doet Zijn verdriet in jouw leven?

1 Er waren op dat moment ook enkele mensen aanwezig die hem vertelden over de Galileeërs van wie Pilatus het bloed vermengd had met hun offers. 2 Hij zei tegen hen: ‘Denken jullie dat die Galileeërs grotere zondaars waren dan alle andere Galileeërs, omdat ze dat ondergaan hebben? 3 Zeker niet, zeg ik jullie, maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal op dezelfde wijze omkomen. 4 Of die achttien die stierven doordat de Siloamtoren op hen viel – denken jullie dat zij schuldiger waren dan alle andere mensen die in Jeruzalem wonen? 5 Zeker niet, zeg ik jullie, maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal net zo sterven als zij.’

6 Hij vertelde hun deze gelijkenis: ‘Iemand had een vijgenboom in zijn wijngaard geplant en ging kijken of de boom vrucht droeg, maar hij vond geen vijgen. 7 Hij zei tegen de wijngaardenier: “Al drie jaar kom ik kijken of die vijgenboom vrucht draagt, maar tevergeefs. Hak hem maar om, want hij dient tot niets en put alleen de grond uit.” 8 Maar de wijngaardenier zei: “Heer, laat hem ook dit jaar nog met rust, tot ik de grond eromheen heb omgespit en hem mest heb gegeven, 9 misschien zal hij dan het komende jaar vrucht dragen, en zo niet, dan kunt u hem alsnog omhakken.”’
Genezing op sabbat
10 Hij gaf op sabbat onderricht in een synagoge. 11 Er was daar ook een vrouw die al achttien jaar bezeten was door een geest die haar ziek maakte. Ze was helemaal krom en kon met geen mogelijkheid rechtop staan. 12 Toen Jezus haar zag, riep hij haar bij zich en zei tegen haar: ‘U bent verlost van uw ziekte,’ 13 en hij legde haar de handen op. Meteen ging ze rechtop staan en loofde God. 14 Maar de leider van de synagoge werd boos omdat Jezus op sabbat genas en zei tegen de menigte: ‘Er zijn zes dagen om te werken. Kom dus op die dagen om u te laten genezen en niet als het sabbat is!’ 15 Maar de Heer zei: ‘Huichelaars! Maakt niet ieder van jullie op sabbat zijn os of ezel los van de voederbak om hem te laten drinken? 16 Mocht deze vrouw, die een dochter is van Abraham en al achttien jaar door Satan geboeid werd gehouden, mocht zij op sabbat niet uit deze boeien worden losgemaakt?’ 17 Toen hij dat zei, stonden al zijn tegenstanders beschaamd, maar de hele menigte was verheugd over de machtige daden die door hem werden verricht.
18 Daarop zei hij: ‘Waarop lijkt het koninkrijk van God en waarmee zal ik het vergelijken? 19 Het lijkt op een zaadje van de mosterdplant dat iemand meenam en in zijn tuin zaaide, waarna het groeide en een grote struik werd, waar de vogels van de hemel in de takken kwamen nestelen.’ 20 En opnieuw zei hij: ‘Waarmee zal ik het koninkrijk van God vergelijken? 21 Het lijkt op zuurdesem die door een vrouw met drie zakken meel werd vermengd tot alle meel doordesemd was.’
Verder naar Jeruzalem
22 Op weg naar Jeruzalem trok hij verder langs steden en dorpen, terwijl hij onderricht gaf. 23 Iemand vroeg hem: ‘Heer, zijn er maar weinigen die worden gered?’ Hij antwoordde: 24 ‘Doe alle moeite om door de smalle deur naar binnen te gaan, want velen, zeg ik jullie, zullen proberen naar binnen te gaan maar er niet in slagen. 25 Als de heer des huizes eenmaal is opgestaan en de deur heeft gesloten, en jullie staan buiten op de deur te kloppen en roepen: “Heer, doe open voor ons!”, dan zal hij antwoorden: “Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan?” 26 Jullie zullen zeggen: “We hebben in uw bijzijn gegeten en gedronken en u hebt in onze straten onderricht gegeven.” 27 Maar hij zal tegen jullie zeggen: “Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan? Weg met jullie, rechtsverkrachters!” 28 Dan zullen jullie jammeren en knarsetanden wanneer je Abraham, Isaak en Jakob en al de profeten in het koninkrijk van God ziet, maar zelf buitengesloten wordt. 29 Uit het oosten en het westen en uit het noorden en het zuiden zullen ze komen, en ze zullen aan tafel genodigd worden in het koninkrijk van God. 30 En bedenk wel: er zijn laatsten die de eersten zullen zijn, en er zijn eersten die de laatsten zullen zijn.’
31 Precies op dat ogenblik kwamen er enige farizeeën die tegen hem zeiden: ‘Vertrek, ga weg van hier, want Herodes wil u doden!’ 32 Hij antwoordde: ‘Zeg tegen die vos: “Let op, ik drijf demonen uit en vandaag en morgen genees ik mensen, en op de derde dag bereik ik de voltooiing.” 33 Maar ik moet vandaag en morgen en de volgende dag op weg blijven, want het gaat niet aan dat een profeet omkomt buiten Jeruzalem – 34 Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt wie naar haar toe zijn gestuurd! Hoe vaak heb ik je kinderen niet bijeen willen brengen zoals een hen haar kuikens onder haar vleugels hoedt, maar jullie hebben het niet gewild. 35 Jullie stad wordt aan haar lot overgelaten. Ik verzeker jullie: jullie zullen mij niet meer zien, tot de tijd komt dat je zult zeggen: “Gezegend hij die komt in de naam van de Heer!”’

Dag 23 KIJK! – reis door de tijd!

(door Agaath Brugman)

Een reis door de tijd.

Gaat u mee? Op reis door de tijd.Eerst helemaal terug naar het eerste begin. Prachtig is ie de aarde!!Een ronde bol schitterend van kleur, vol leven. Wat mooi!Even inzoomen op dat gebied tussen de Eufraat en de Tigris. De Hof van Eden: wat een schitterende tuin.

En kijk daar eens.. 2 mensen die wandelen met hun Schepper. De Here God zelf. Ze hebben geen kleren aan. Dat merken ze niet eens. Zo veilig voelen ze zich dicht bij de Here. (Gen.2:25)

Maar.. wat gebeurd er nu..?Het wordt donker om die twee mensen heen.Zonde komt in de wereld. Kijk dan toch, alles veranderd. Er komt angst. Er komt ziekte. Moord en doodslag diepe ellende..

Is het nu voorbij, al dat mooie van het begin? Nee Kijk toch mee. Naar het wonder van zo,n teleurgestelde Schepper. Hij belooft daar aan de poort van het Paradijs dat het goed komt. Messias noemt hij Hem die verlost.( Gen. 3 : 15)

We reizen verder in de tijd. God kiest een volk uit. Israël. Aan hen zal Hij steeds maar weer vertellen wat zijn plannen zijn met de wereld. Wat hun toekomst is wanneer ze op Hem vertrouwen. Het wordt een ramp. Steeds maar weer Moet de Here  de schrijvers van de Bijbel laten opschrijven:” en ze deden wat kwaad is in de ogen van de Here”. Hoe moet dit nu?

Kijk! Daar staat Jesaja. Het is een donkere tijd voor Israël.  Hij spreekt van een vrede en recht doen aan verdrukten. Door een telg uit Isai.Het komt goed! Echt waar. De komst van de Messias zal zelfs een leeuw en een beer tot rust brengen .( Jes.11)

Is dat een droom van iemand met wel heel veel fantasie? Na de grote profeten blijft het eeuwen donker in Israël. Niemand geloofd nog in de vervulling. Mensen leven bij de dag. Ach het zijn zulke oude beloften.

Maar Kijk! daar in het gezin van Fanuel groeit een meisje op. Hanna heet ze. Ze trouwt maar och.. al na zeven jaren sterft haar man.  Natuurlijk treurt ze. Maar vooral verwacht ze. Ze wordt al maar ouder maar diep in haar hart weet ze: Hij komt nu snel de Messias. Ze woont in Jeruzalem. Daar in de tempel komt ze een man tegen.Simeon. Ook hij wacht met spanning op de komst van de Verlosser.

En dan:Kijk! Een man en een heel jonge vrouw komen met hun kindje in de
tempel. Het is hun eerste kind,een jongetje. Beiden weten op dat zelfde moment: dat is Hem! Jezus is Zijn naam. Ze loven God.

Dan valt er dertig jaren blijkbaar niets te melden. Ja, nog even als Jezus twaalf jaar oud is. Maar dan..

Kijk! zie je het? Met een groep jonge vrienden om Hem heen gaat Hij door het land. Overal geneest Hij mensen die iets mankeren. Hij vertelt aan ieder die het maar wil horen van Zijn Vader in de hemel. Nog nooit  hebben mensen zo uit de eerste hand zoveel gehoord over de Here God. Hij leert dat mensen elkaar moeten liefhebben. Met echte interesse moeten leven voor hun medemensen. Zelfgemaakte regels van mensen lapt Hij aan z,n laars. Hou je alleen aan de regels die de Here al eeuwen terug gaf aan Zijn volk. Die zijn goed voor iedereen. Drie jaar laten de leiders van het volk  het toe dat Jezus frank en vrij vertelt van de grote liefde van Vader voor mensen die zich aan Hem willen vasthouden. Maar dan…

Kijk! Zie je dat..? Een open graf. Mensen die zingen: nu de Heer is opgestaan, nu vangt het nieuwe leven aan…!! Maar..kijk… zie je de weg die leidt naar die grote dag.. Die weg gaat langs vernedering voor  de Zoon van God. Langs veel verdriet om halsstarrigheid. Langs Getsemane. Langs dat martelwerktuig daar op die heuvel van Golgotha. Het kruis.. Nooit vergeten welke weg de Here moest gaan om als een verheerlijkte Koning op te varen naar Zijn Vader in de hemel.

We kijken verder in de tijd.
De blijde boodschap wordt verder verteld. Overal. Kerken worden gebouwd. Gods Naam wordt groot gemaakt, ook in de lage landen. Maar kijk nou toch. Zo vaak, net als toen gaan mensen hun eigen weg. Zonder God.
Houdt het dan nooit op..?

Maar KIJK!! Vooruit kijken! Daar. Een stad met paarlen poorten  die wijd open staan.Jeruzalem heet die stad. Helemaal vierkant. Rustig daalt naar beneden, naar ons mensen toe. Die stad uit de hemel van God.(Openb. 21) Wat een mensen zijn daar al. En Jezus is er ook.  Ik zie  er geen kerken meer. God zelf is daar immers. Een heel oude man, Johannes, zegt ook tegen u en mij: zie uit naar de  Dag dat Jezus je komt halen om daar ook te gaan wonen. Samen met al Gods kinderen.

Wat zal de wereld mooi zijn, op die dag….!