Dag 40 KIJK! Dezelfde kracht die Jezus opwekte uit de dood… (Lucas 24)
Het is Pasen en Jezus is opgestaan uit de dood. Dat vieren wij vandaag. Maar wat is daarvan de betekenis voor ons? Praat daar eens met elkaar over door als je dit als gezin leest. Of praat daar als vrienden over door. Wat betekent Pasen voor mij vandaag?
Lees daarna eerst eens het volgende gedeelte uit Efeze 1: 15 Daarom, en ook omdat ik gehoord heb over uw geloof in Jezus, de Heer, en over uw liefde voor alle heiligen, 16 dank ik God onophoudelijk voor u en noem ik u in mijn gebeden. 17 Moge de God van onze Heer Jezus Christus, de vader van alle luister, u een geest van inzicht schenken in wat geopenbaard is, opdat u hem zult kennen. 18 Moge uw hart verlicht worden, zodat u zult zien waarop u hopen mag nu hij u geroepen heeft, hoe rijk de luister is die de heiligen zullen ontvangen, 19 en hoe overweldigend groot de krachtige werking van Gods macht is voor ons die geloven. 20 Die macht was ook werkzaam in Christus toen God hem opwekte uit de dood en hem in de hemelsferen een plaats gaf aan zijn rechterhand, 21 hoog boven alle hemelse vorsten en heersers, alle machten en krachten en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld maar ook in de toekomstige. 22 Hij heeft alles aan zijn voeten gelegd en hem als hoofd over alles aangesteld, voor de kerk, 23 die zijn lichaam is, de volheid van hem die alles in allen vervult.
Lees nu over die kracht van God uit Lucas 24:
Dag 39 KIJK! Een moeilijk stukje (1 Petrus 4)
Stille zaterdag. Ik heb er voor gekozen om het laatste hoofdstuk van Lucas voor morgen te bewaren. En ook heb ik er voor gekozen niet zelf een overdenking te schrijven. Graag zou ik met elkaar een bijbelstudie doen. Samen kauwen op een gedeelte uit de eerste brief van Petrus. Ik laat het jullie lezen uit de GNB, maar vergelijk het eens met andere vertalingen.
18 Ook Christus heeft eens voor al geleden voor de zonden; de onschuldige heeft geleden ter wille van de schuldigen om u bij God te brengen. Hij is lichamelijk gestorven, maar tot leven gewekt door de Geest. 19 En zo is hij zijn overwinning gaan bekendmaken aan de zielen die in de onderwereld gevangen zaten. 20 Zij hadden destijds gehoorzaamheid geweigerd aan God, toen hij een groot geduld aan de dag legde, ten tijde van Noach, toen de ark werd gebouwd. Slechts enkele mensen, in totaal acht, gingen de ark in en vonden redding door het water. 21 Dat is een beeld dat vooruitwijst naar de doop waardoor u nu wordt gered. Deze doop wast niet het vuil van het lichaam, maar is een verzoek aan God om een zuiver geweten. De doop redt u dankzij de opstanding van Christus, 22 die engelen en geestelijke krachten aan zich heeft onderworpen, de hemel is binnengegaan en nu gezeten is aan de rechterhand van God.
Mocht je toevallig het boek ‘Het wonder van het Kruis’ hebben liggen, dan is het interessant om daaruit eens pagina 199 – 207 te lezen. En lees dan de tekst nog eens. Het roept alleen maar meer vragen op vind ik. Heb je het boek niet, geeft niets. Kauw dan eens op deze ingewikkelde tekst.
Wat is er gebeurd toen Jezus stierf. Hij is neergedaald in de hel, belijden we. Wat is er volgens de tekst daar gebeurd? Hij heeft zijn overwinning bekend gemaakt. Maar aan wie? En waarom? En had dat gevolgen voor hen aan wie dit verkondigd werd?
Ik vind het een ingewikkelde tekst. Deel je gedachten eens over deze tekst, zoek eens verder in een commentaar, stel de vragen die je hebt. Dat kan als commentaar, maar het mag ook op Facebook.
Dag 38 KIJK! Het Lam (Lucas 23)
Goede Vrijdag. We herdenken het lijden en sterven van de Here Jezus aan het kruis. En we gaan vandaag uit Lucas die geschiedenis lezen. Vandaag geen vragen. Alleen maar stil staan!
50-51 Er was ook een man die Josef heette en afkomstig was uit de Joodse stad Arimatea. Hij was een raadsheer, een goed en rechtvaardig mens, die de komst van het koninkrijk van God verwachtte en niet had ingestemd met het besluit en de handelwijze van de raad. 52 Hij ging naar Pilatus en vroeg hem om het lichaam van Jezus. 53 Nadat hij het lichaam van het kruis had gehaald, wikkelde hij het in linnen doeken en legde het in een rotsgraf dat nog nooit was gebruikt. 54 Het was de voorbereidingsdag, de sabbat was bijna aangebroken. 55 De vrouwen die met Jezus waren meegereisd uit Galilea, volgden Josef naar het graf om het te bekijken en om te zien hoe Jezus’ lichaam er werd neergelegd. 56 Daarna gingen ze naar huis en bereidden ze geurige olie en balsem. Op sabbat namen ze de voorgeschreven rust in acht.
Luister nu naar het volgende lied. Zie Het Kruis
Let vooral op de volgende woorden:
Ik zie ook mijn naam
in uw wonden staan,
Denk daar eens over na. Jouw naam in zijn wonden staan.
De Bijbel zegt dat onze naam in Gods handpalmen gegrift is…
In Jezus handpalmen staan de wonden gegrift…
KIJK! Dag 37 van voorbeeld naar realiteit (Lucas 22)
1 Het feest van het Ongedesemde brood, dat Pesach genoemd wordt, was bijna aangebroken. 2 De hogepriesters en de schriftgeleerden zochten naar een mogelijkheid om hem uit de weg te ruimen, maar dan heimelijk, bang als ze waren voor de reactie van het volk. 3 Toen nam Satan bezit van Judas, bijgenaamd Iskariot, een van de twaalf. 4 Hij ging naar de hogepriesters en tempelwachters en besprak met hen hoe hij Jezus aan hen zou kunnen uitleveren. 5 Ze waren opgetogen en spraken af dat ze hem voor zijn diensten zouden betalen. 6 Judas nam hun aanbod aan en zocht een gunstige gelegenheid om Jezus aan hen uit te leveren, zonder dat het volk het zou merken.
7 De dag van het Ongedesemde brood waarop het pesachlam geslacht moest worden, brak aan. 8 Jezus stuurde Petrus en Johannes op pad met de woorden: ‘Ga voor ons het pesachmaal bereiden, zodat we het kunnen eten.’ 9 Ze vroegen hem: ‘Waar wilt u dat we het bereiden?’ 10 Hij antwoordde: ‘Let op, wanneer jullie de stad in gegaan zijn, zal jullie een man tegemoet komen die een kruik water draagt. Volg hem naar het huis waar hij binnengaat, 11 en zeg tegen de heer van dat huis: “De meester vraagt u: ‘Waar is het gastenvertrek waar ik met mijn leerlingen het pesachmaal kan eten?’” 12 Hij zal jullie een grote bovenzaal wijzen die al is ingericht; maak het daar klaar.’ 13 Ze gingen op weg, en alles gebeurde zoals hij gezegd had, en ze bereidden het pesachmaal.
14 Toen het zover was, ging hij samen met de apostelen aanliggen voor de maaltijd. 15 Hij zei tegen hen: ‘Ik heb er hevig naar verlangd dit pesachmaal met jullie te eten voor de tijd van mijn lijden aanbreekt. 16 Want ik zeg jullie: ik zal geen pesachmaal meer eten voordat het zijn vervulling heeft gevonden in het koninkrijk van God.’ 17 Hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en zei: ‘Neem deze beker en geef hem aan elkaar door. 18 Want ik zeg jullie: vanaf nu zal ik niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok tot het koninkrijk van God gekomen is.’ 19 En hij nam een brood, sprak het dankgebed uit, brak het brood, deelde het uit en zei: ‘Dit is mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordt. Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.’ 20 Zo nam hij na de maaltijd ook de beker, en zei: ‘Deze beker, die voor jullie wordt uitgegoten, is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt.
21 Maar weet wel dat degene die mij zal uitleveren samen met mij aan deze tafel aanligt. 22 Want de Mensenzoon moet heengaan zoals het voor hem bepaald is, maar wee de mens die hem zal uitleveren.’ 23 Ze vroegen zich onder elkaar af wie van hen zoiets zou kunnen doen.
24 Toen ontstond er onder hen onenigheid over de vraag wie van hen de belangrijkste was. 25 Jezus zei tegen hen: ‘Vorsten oefenen heerschappij uit over de aan hen onderworpen volken, en wie macht heeft laat zich weldoener noemen. 26 Laat dat bij jullie niet zo zijn! De belangrijkste van jullie moet de minste worden en de leider de dienaar. 27 Want wie is belangrijker, degene die aanligt om te eten of degene die bedient? Is het niet degene die aanligt? Maar ik ben in jullie midden als iemand die dient.
28 Jullie zijn in al mijn beproevingen steeds bij mij gebleven. 29 Ik bestem jullie voor het koningschap zoals mijn Vader mij voor het koningschap bestemd heeft: 30 jullie zullen in mijn koninkrijk eten en drinken aan mijn tafel, en zetelen op een troon om recht te spreken over de twaalf stammen van Israël.
31 Simon, Simon, weet dat Satan jullie voor zich heeft opgeëist om jullie als graan te mogen zeven. 32 Maar ik heb voor je gebeden opdat je geloof niet zou bezwijken. En als jij eenmaal tot inkeer bent gekomen, moet jij je broeders sterken.’ 33 Simon antwoordde: ‘Heer, ik ben zelfs bereid om met u de gevangenis in te gaan en te sterven.’ 34 Maar Jezus zei: ‘Ik zeg je, Petrus, deze nacht zal de haan niet kraaien voordat je driemaal geloochend hebt dat je mij kent.’
35 Daarna zei hij tegen hen: ‘Toen ik jullie uitzond zonder geldbuidel, reistas en sandalen, kwamen jullie toen iets tekort?’ ‘Niets!’ antwoordden ze. 36 Hij zei: ‘Maar wie nu een geldbuidel heeft, moet die meenemen, evenals zijn reistas, en wie er geen heeft moet zijn mantel verkopen en zich een zwaard aanschaffen. 37 Want ik zeg jullie: wat geschreven staat, moet in mij tot vervulling komen, namelijk: “Hij werd gerekend tot de wettelozen.” Inderdaad, nu wordt voltrokken wat over mij gezegd is.’ 38 Ze zeiden: ‘Kijk Heer, hier zijn twee zwaarden.’ Maar hij zei tegen hen: ‘Genoeg hierover!’
39 Hij vertrok en ging volgens zijn gewoonte naar de Olijfberg. De leerlingen volgden hem. 40 Toen hij daar was aangekomen, zei hij tegen hen: ‘Bid dat jullie niet in beproeving komen.’ 41 En hij liep bij hen weg, tot ongeveer een steenworp ver, en knielde daarna neer om te bidden. Hij bad: 42 ‘Vader, als u het wilt, neem dan deze beker van mij weg. Maar laat niet wat ik wil, maar wat u wilt gebeuren.’ 43 Uit de hemel verscheen hem een engel om hem kracht te geven. 44 Hij werd overvallen door doodsangst, maar bleef bidden; zijn zweet viel in grote druppels als bloed op de grond. 45 Toen hij na zijn gebed opstond en terugliep naar de leerlingen, zag hij dat ze van verdriet in slaap waren gevallen, 46 en hij zei tegen hen: ‘Waarom slapen jullie? Sta op en bid dat jullie niet in beproeving komen.’
Wat maakt Jezus zo bang? Het gaat om de beker, maar wat bedoelt Hij daarmee? Probeer eerst zelf eens te verzinnen wat met die beker bedoeld wordt. Zoek daarna het volgende gedeelte eens op: Jeremia 25: 15 – 18.
In het boek ‘Het wonder van het kruis’ schrijft Wilkin van de Kamp hierover heel aangrijpend de volgende zinnen:
“In Gethsemane, de olijfpers, worden uw en mijn zonden, elke perversiteit van de wereld, samengeperst in die ene beker. De zonden van de serieverkrachter,van de onmenselijke dictator Adolf Hitler… Elke wreedheid, lust, haat, onvergevingsgezindheid, moord, enz. wordt samengeperst in die ene beker die door Jezus gedronken zal worden…
Hoe kunnen wij ooit begrijpen wat Jezus in deze momenten heeft moeten doormaken… Woorden schieten te kort om zijn worsteling met onze zonden, maar ook zijn weerzin tegen de zonde te beschrijven. Dit verklaart waarom Jezus bloed zweette in de Hof van Gethsemane”.
Een kort citaat, maar genoeg om mee te nemen vandaag.
47 Terwijl hij nog sprak, kwam er opeens een horde mensen aan. Voorop liep de man die Judas heette, een van de twaalf; hij ging naar Jezus toe om hem te kussen. 48 Maar Jezus zei tegen hem: ‘Judas, lever je de Mensenzoon uit met een kus?’ 49 Toen degenen die bij hem stonden zagen wat er ging gebeuren, vroegen ze: ‘Heer, zullen we er met het zwaard op los slaan?’ 50 En een van hen sloeg in op de dienaar van de hogepriester en sloeg hem zijn rechteroor af. 51 Maar Jezus zei: ‘Houd daarmee op. Zo is het genoeg!’ Hij raakte het oor aan en genas de man. 52 Tegen de hogepriesters en tempelwachters en de oudsten van het volk die op hem afgekomen waren, zei hij: ‘Als tegen een misdadiger bent u uitgetrokken met zwaarden en knuppels? 53 Dagelijks was ik bij u in de tempel, en toen hebt u geen vinger naar me uitgestoken, maar dit is uw uur, het uur van de macht van de duisternis.’
54 Ze grepen hem vast en voerden hem weg, en brachten hem naar het huis van de hogepriester. Petrus volgde hen op een afstand. 55 Ze staken een vuur aan midden op de binnenplaats en gingen eromheen zitten; Petrus voegde zich bij hen. 56 Een dienstmeisje zag hem bij het vuur zitten, keek hem strak aan en zei: ‘Die man hoorde er ook bij!’ 57 Maar hij ontkende het: ‘Ik ken hem niet eens!’ 58 Even later merkte een ander hem op en zei: ‘Jij bent ook een van hen!’ Maar Petrus zei: ‘Welnee man, helemaal niet.’ 59 En ongeveer een uur later zei nog iemand met grote stelligheid: ‘Ja zeker, die man was ook in zijn gezelschap, hij komt immers ook uit Galilea.’ 60 Maar Petrus zei: ‘Ik weet niet waar je het over hebt.’ En op datzelfde moment, terwijl hij nog sprak, kraaide er een haan. 61 De Heer draaide zich om en keek Petrus aan, en toen herinnerde Petrus zich de woorden van de Heer: ‘Nog voor er vannacht een haan heeft gekraaid zul je mij driemaal verloochenen.’ 62 Hij ging naar buiten en huilde bitter.
63 De mannen die Jezus gevangenhielden, dreven de spot met hem en geselden hem. 64 Ze blinddoekten hem en zeiden: ‘Profeteer nu maar, wie is het die je geslagen heeft?’ 65 En ze zeiden nog tal van andere lasterlijke dingen tegen hem.
Het verhoor
66 Toen het dag werd, kwam de raad van oudsten van het volk bijeen, hogepriesters zowel als schriftgeleerden, en ze leidden hem voor in hun raadszitting. 67 Ze zeiden: ‘Als u de messias bent, zeg het ons dan.’ Maar Jezus antwoordde: ‘Als ik het u zeg, gelooft u mij toch niet. 68 En als ik een vraag stel, antwoordt u toch niet. 69 Maar vanaf nu zal de Mensenzoon gezeten zijn aan de rechterhand van de Almachtige.’ 70 Toen zeiden allen: ‘U bent dus de Zoon van God?’ Hij antwoordde: ‘U zegt dat ik het ben.’ 71 Ze zeiden: ‘Waarvoor hebben we nog getuigenverklaringen nodig? We hebben het immers zelf uit zijn eigen mond gehoord!’
Dag 36 KIJK! – Het volk stond toe te kijken….
(door ds. A.P. Feijen)
L. Lukas 23: 26-37
T. Luk 23: 35a “Het volk stond toe te kijken”.
“Kijk,daar hangt Hij!”.
Je leest haast over dat zinnetje heen. We letten vaak vooral op de mensen die hier druk zijn, of het woord voeren. Zoals de soldaten en Joodse leiders. Maar het merendeel van de aanwezigen stond er zwijgend, met de handen in de zak. Alleen maar toekijkend. Wat zou er in hen omgegaan zijn? Zoiets als: “Ja, dat is Hem. Twee, drie dagen geleden hebben we Hem nog toegejuicht. Wat een vergissing van ons! Als Hij echt wat in de melk te brokkelen had, zou dit Hem niet overkomen zijn. Daar hangt mijn vergissing”. Anderen: “Ik snap het niet. Ik heb Hem bij Lazarus bezig gezien: sterker dan de dood was Hij. Zoiets lukt Hem niet bij Zichzelf. Nogmaals: ik snap het niet”. Weer anderen kenden vooral gevoelens van medelijden: “Ik bid dat het niet te lang duurt. Ik bid voor zijn moeder, die dit alles moet meemaken”. Of ook: “Einde van Jezus van Nazaret. We kunnen weer een boek sluiten”.
En wij? Wat zouden wij gedacht hebben? Ga eens tussen die mensen staan en denk na zonder te weten wat er na Goede Vrijdag kwam – hoe zou jij daar dan gestaan hebben?
Het volk stond alleen maar toe te kijken.
Zwijgend. Anderen waren luidruchtig, zoals de soldaten die het verdobbelen van Jezus’ kleren echt niet in stilte hebben laten plaatsvinden. En ook de spot van de Joodse leiders was bedoeld voor ieders oor. Het volk zwijgt. Het is een veelzeggend zwijgen. Ze protesteren niet tegen het onrecht en de spot. Wat valt er aan te doen? Hij is machteloos. En zij ook. Dan val je stil.
Snap je het zwijgen? Of zou je, als je er bij was, iets gezegd hebben?
Ze stonden toe te kijken. Ze keken naar het kruis, met daaraan Jezus Christus. Ze zagen, hoe afschrikwekkend ook, het grootste moment van de wereldgeschiedenis. In hun zwijgend toekijken symboliseerden deze mensen iets dat voor alle mensen geldt: hier kun je alleen maar toekijken. Want aan genade kun je niets toevoegen.
Hoe ervaar jij het machteloze gevoel dat je bij het kruis van Jezus alleen maar kunt toekijken? Word je er onrustig van? Of vind je er juist rust? Of is er tussen die twee een voortdurende spanning in jezelf?
Dag 35 KIJK! Pas op dat je hart niet afgestompt raakt… Lucas 21
Dag 34 KIJK! – De erfgenaam, laten we hem doden… (Lucas 20)
Dag 33 KIJK! – Avondmaal: Hij kwam om te redden! (Lucas 19)
Voor de overdenking:
Het is zondag – Avondmaal: In sommige geloofsgenootschappen wordt vandaag palmzondag gevierd. Jezus werd met veel enthousiasme binnengehaald. Hij zou Jeruzalem eindelijk bevrijden.
Wat een teleurstelling: Jezus gaat de tempel in en verdrijft de handelaars. De tempel was naar eigen smaak tot een markt gemaakt. Menselijke invloeden die de Godsdienst in de weg stonden.
- Hoe is dat in jouw en mijn leven eigenlijk. Staat de menselijke regel/wil/idee de echte dienst van God ook niet vaak in de weg? Hebben jij en ik niet vaak een verwrongen beeld van wat God wel en niet goed vindt? “Als het goed voelt dan moet het toch goed zijn”. Of juist: “we hebben het toch altijd zo gedaan?”
De afgelopen week hebben we heel wat keren stil gestaan bij het echt dienen van God, en hoe vaak moesten we ons eigen leven daar met schaamte tegenaan leggen?
We mogen vandaag bij hem aan tafel: Jezus ontvangt zondaars en eet met hen. De maaltijd die het laat zien: “De mensenzoon is gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was.” Ook jou ontvangt/ontving hij aan tafel vandaag.
19
Dag 32 KIJK! – Wie mogen aan het avondmaal? (Lucas 18)
- Wie zijn wij: “sommigen die zichzelf rechtvaardig vinden en anderen minachten”? Of blijven wij “op een afstand staan en durven we niet eens de blik naar de hemel te richten”?
- Denk nog eens aan de preek van ds Feijen: Komen wij als rijke kinderen of als verwende kinderen?
- Wij mogen het naar de Heer Jezus uitspreken, zoals de blinde in Jericho: Heb medelijden met mij!
- Jezus zal zeggen tegen degenen die oprecht berouw hebben over hun zonden: Uw geloof heeft u gered!
- Wij mogen samen Hulde brengen aan God omdat we dit gewoon voor onze ogen zien gebeuren, morgen aan tafel. ‘Wij arme zondaars, bedelaars… onrein!’
Wat een feest van genade: wij mogen aangaan aan het avondmaal: de maaltijd die uitbeeldt hoe diep de Heer voor ons gegaan is. En hoe groot zijn genade voor ons is. Luc 18: 32 – 33 Want hij is uitgeleverd aan de heidenen en werd bespot en mishandeld en bespuwd. En nadat hij was gegeseld, werd hij gedood, maar op de derde dag is hij opstaan!
Lucas 18
Dag 31 KIJK! – Door geloof en geduld de beloften beërven (Hebreeën 6:9 – 20)
Deze bijdrage heeft dominee Becker geschreven als ochtendoverdenking voor zijn eigen gemeente. Hij heeft de tekst voor ons vertaald naar het Nederlands, via Google-vertalen. De zinnen die niet klopten na de vertaling zijn verder vertaald. De Geest spreekt alle talen, en doet ons elkaar verstaan)
En dit wordt nog versterkt in Psalm 50:15:
